Reisdata

vooraf
06-08-2005
07-08-2005
08-08-2005
09-08-2005
10-08-2005
11-08-2005
12-08-2005
13-08-2005
14-08-2005
15-08-2005
16-08-2005
17-08-2005
18-08-2005
19-08-2005
20-08-2005
21-08-2005
22-08-2005
23-08-2005
24-08-2005
25-08-2005
26-08-2005
27-08-2005
28-08-2005
29-08-2005
30-08-2005
31-08-2005
01-09-2005
02-09-2005
03-09-2005
04-09-2005
05-09-2005
weer thuis


De DMZ

Na het ontbijt, dat we ook weer met zijn tweetjes in dezelfde grote kamer eten, is het tijd voor vertrek. Als ik mijn zware rugzak op mijn schouders wil hijsen grijpt de chauffeur weer in. Hij pakt de rugzak af, maar ditmaal geeft hij 'm heel slim direct aan Mr Kim, en laat hem mijn tas de bus in tillen. Ik ben al nooit zo goed met dit soort galantheden en dan komt Mr O langs, die het geheel geamuseerd gadeslaat en mij vraagt: "Is something wrong with you?".

Onze bestemming vandaag is de DMZ (demilitarised zone) bij het plaatsje Panmunjom. Rondom de grens tussen Noord en Zuid Korea, die globaal de 38e breedtegraad volgt, loopt een gedemilitariseerde zone van twee keer twee kilometer. Wat ik van tevoren nooit verwacht had gaan wij vandaag doen: de grens bezoeken. Hoewel de naam anders suggereert, wemelt het natuurlijk van de militairen in de DMZ. Demilitarized betekent dat er (afgezien van handvuurwapens) geen wapens in de zone mogen zijn. Beide kanten beschuldigen elkaar er overigens van die afspraak als eerste geschonden te hebben. Wij worden even in een wachtkamer geparkeerd, terwijl onze gidsen de papieren in orde maken. Onze chauffeur mag niet verder mee naar binnen en Mr Kim rijdt nu de bus. We ontmoeten Romain, de Fransman met wie we in het vliegtuig zaten. We worden samen rondgeleid. Maar wel elk met onze eigen gids natuurlijk. En in onze eigen auto.

Kaart met grens Maquette van de DMZ Onderhandelingsgebouw

Een militair met indrukwekkende pet op laat ons het gebouw zien waar in 1953 het staakt-het-vuren is ondertekend. Volgens het Noord Koreaanse verhaal hadden de Amerikanen gevraagd een tent neer te zetten voor het tekenen van de overeenkomst. De Noord Koreanen echter, bouwden in vijf dagen tijd een grote betonnen hal, als een blijvende getuige van hun overwinning. In het midden van de verder geheel lege ruimte staan twee tafels met de overeenkomsten, geflankeerd door twee kleine vlaggen: een Noord Koreaanse en een van de Verenigde Naties (waar de VS zich volgens Noord Korea achter verschool). Die van de VN heeft men wegens ouderdom moeten vervangen. Het originele exemplaar is totaal verschoten en half vergaan en ligt daarom onder een aparte display op tafel. De Koreaanse vlag is uiteraard nog pico bello. Het lijkt wel een wasmiddelenreklame. Maar wel een beetje een bizarre.

Zaal van de ondertekening De VN-tafel De overeenkomst

In het aangrenzende vertrek is een tentoonstelling ingericht over de DMZ en zijn geschiedenis. Terwijl de Fransman buiten de militaire gids uitgebreid aan de praat houdt neemt Mr O ons mee naar binnen voor wat extra uitleg. Romain vertelt ons later dat hij officier in het Franse leger is. Vandaar dat hij zijn Koreaanse collega zo enthousiast het hemd van het lijf vraagt.

We rijden verder naar de Military Demarcation Line, de eigenlijke grens. De demarcation line is een betonnen randje van pakweg 20 centimeter hoog en 40 centimeter breed. Vrij bescheiden voor een grens. Aan weerzijden staan gebouwen met soldaten er voor. De Noord en Zuid Koreaanse militairen zouden elkaar zo de hand kunnen schudden over die lijn heen, maar ze wekken niet echt de indruk dat te ambiëren.

Ten noorden van de demarcatielijn dragen de soldaten een legergroen uniform met koperen knopen en grote pet en staan netjes in de houding op wacht. Ten zuiden van de lijn dragen de soldaten combatbroeken, helmpjes en grote zonnebrillen. Twee staan er op wacht in een agressieve wijdbeense stand waar zelfs Amerikaanse soldaten een puntje aan kunnen zuigen. Het lijkt bijna een parodie op het Amerikaanse leger. Een paar anderen lopen heen en weer bij de demarcatielijn. Zij staren ons harder aan dan alle Chinezen in Beijing samen. Een van de soldaten haalt een grote verrekijker tevoorschijn en kijkt ons daarmee recht in het gezicht. Nogal eigenaardig, in aanmerking genomen dat wij a) er uitzien als doodgewone toeristen en b) op minder dan tien meter afstand staan. We vermoeden dan ook dat het een digitale verrekijker is met ingebouwde camera en dat we zojuist zijn gefotografeerd. Als dat het geval is staan we er zeker op met verbaasde blikken.

De Military Demarcation Line "Geef me de verrekijker!" Soldaat op wacht

Dwars over de lijn staan ook enkele gebouwen: ze liggen half in Noord en half in Zuid Korea. We lopen naar een klein blauw gebouwtje. Hier werden ooit onderhandelingen gevoerd over toenadering van de twee Korea's. Een historische plaats dus, en wij mogen er in! Binnen staan voornamelijk tafels en stoelen. In het midden staat een lange tafel, precies op de grens tussen de twee landen. Als we voorbij de tafel lopen staan we zomaar in Zuid Korea. Binnen dan natuurlijk. Er staan wel twee soldaten voor de deur om te zorgen dat niemand opeens in het zuiden naar buiten kan lopen en zo een incident zou veroorzaken.

We mogen aan de onderhandelingstafel gaan zitten, aan de noordelijke kant. Als we daar zitten drukt een Zuid Koreaanse soldaat van buitenaf letterlijk zijn neus plat tegen het glas om naar binnen te kijken. Het zal vast intimiderend bedoeld zijn, maar het komt op dat moment heel erg komisch over en ik schiet spontaan in de lach. Dit is echt heel vreemd. Wij zijn in Europa natuurlijk gewend om te denken dat Noord Korea de "bad guys" zijn. En dan kom je hier bij de grens, wordt je vriendelijk, correct en met alle égards door hen behandeld en dan gedragen de Zuid Koreanen zich, geheel tegen onze verwachtingen in, perfect volgens de propagandacliché's die je in het Noorden voorgeschoteld krijgt. Gemiste kans, jongens!

De blauwe gebouwtjes staan half in Noord en half in Zuid Korea
Nu sta ik in Noord Korea Uitzicht op het zuiden Nu sta ik in Zuid Korea!

Een ander opvallend detail is de aanwezigheid van een grote videocamera aan de Zuid Koreaanse kant van het gebouwtje, die alle bezoekers die vanuit uit het Noorden binnen komen in hun gezicht kijkt. Aan de noordelijke kant hangt niets. Voor zover wij zien dan. We verlaten het onderhandelingsgebouwtje en gaan een groot stenen gebouw in om vanaf het bordes nog een blik van bovenaf te werpen op de grens. Aan de overkant zien we een uitkijkpunt in de vorm van een pagode. Het staat vol met toeristen die in Zuid Korea de DMZ bezoeken. Even later zien we hen het gebouwtje binnen gaan waar zij zojuist nog waren. Het wordt keurig zo geregeld dat beide kanten ombeurten in en uit lopen. In de verte loopt een Amerikaanse soldaat voorbij. Er schijnen, zelfs heden ten dage nog, 40.000 Amerikaanse militairen in Zuid Korea te zijn gestationeerd. Terug in Nederland lazen we dat Zuid Korea graag het commando over zijn eigen leger terug wil. Sinds 1994 hebben ze weliswaar het commando over hun troepen in vredestijd, maar in oorlogstijd hebben de Amerikanen het nog altijd voor het zeggen. En dat 52 jaar na dato. Goh, dit werpt opeens een ander licht op de term "puppet army" die we gister hoorden.

Uitkijkpunt in Zuid Korea Uitkijkpunt in Noord Korea De officier geeft uitleg

Na de DMZ bezichtigen we voor de verandering een graftombe, maar ik ben de naam van de betreffende koning weer vergeten. Ook al zijn het geen oude overblijfselen, maar wederom in de jaren '90 herbouwde beelden, toch blijft het een spectaculair gezicht, die grote krijgers en tijgers, opgetrokken uit witte steen. Aanvankelijk is er een lokale gids bij, om ons die het verhaal van deze koning en zijn tombe te vertellen. We zijn net twee minuten onderweg als ik even achterblijf om een foto te maken. De gids kijkt achterom waar ik uithang. Er volgt een korte woordenwisseling tussen de gids en Mr O, en als ik het gezelschap weer heb ingehaald is zij opeens verdwenen. Mr O doet de verdere rondleiding en van hem mogen we op ons gemak alles bekijken en fotograferen en dat doen we dan ook.

Graftombe Stoere krijgers Stoere tijger

Daarna bezoeken we de tombe van koning Kongmin, en voor het eerst zien we echte oude beelden. Het verschil met de herbouwde versies is duidelijk te zien. De nieuwe zijn een stuk groter dan de oude en komen toch net niet helemaal los van de sociaal realistische stijl waarin alles hier is opgetrokken. Hier zien we twee tombes, een voor de koning en een voor zijn vrouw. Er is een dramatisch verhaal aan de lokatie verbonden. Toen zijn vrouw overleed gaf de koning opdracht de perfecte plek voor haar en zijn graf te vinden. Degene die de juiste plaats vond zou rijkelijk worden beloond. Maar, zoals dat vaker ging in die tijd, iedereen die met een verkeerd voorstel kwam werd ter plekke onthoofd. Op een dag beweerde iemand de geschikte plaats gevonden te hebben. Koning Kongmin klom op een tegenovergelegen berg, vanwaar hij een goed uitzicht had op de voorgestelde lokatie. De man had gelijk gehad, deze plaats was perfect. Maar de wandeling omhoog was hem zwaar gevallen en de koning pakte zijn zakdoek om zich het zweet van zijn voorhoofd te wissen. Zijn bedienden, die op de plaats van van het graf stonden te wachten met degene die het idee had geopperd dachten dat dit het afgesproken teken was dat de plek was afgekeurd en onthoofden de arme man terstond. De koning, zich realiserend wat hij gedaan had riep vertwijfeld "Oh my!" (maar dan in het Koreaans, mogen we aannemen) en sindsdien heet de berg tegenover het graf "Oh My Mountain".

Duo-tombe met schaapjes Oh My Mountain Sas en Mr O op de trap

Terug in Kaesong bekijken we een oude stadspoort, de Nam poort, gebouwd in 1391. De poort werd verwoest in de Koreaanse oorlog en is later herbouwd. Aangezien Keasong sinds 1391 natuurlijk ook gegroeid is, staat de poort nu op een kruispunt midden in de stad. In de poort staat een reusachtige oude bel, afkomstig van Yongbok tempel. Die bel, gemaakt in 1346 weegt 14 ton en is gedecoreerd met onder andere figuren van draak, schildpad en phoenix. Toen de Yongbok tempel in 1563 afbrandde is de bel naar de stadpoort verplaatst. De kogelgaten van de Koreaanse oorlog zijn nog te zien in het massieve brons.

Oude stadspoort van Keasong Grote bronzen bel met kogelgat uit de Koreaanse oorlog

Voor de lunch rijden we terug naar het Folk Hotel in Keasong waar we overnacht hebben. In de eetkamer staan twee tafels: een lange voor Sas en mij en een heel kleintje aan de andere kant van de kamer, voor Romain. Da's ook gezellig, zeg! Als de bediening ons met het kleine tafeltje ziet slepen wordt zijn eten snel naar onze tafel verhuisd. Veel is het trouwens niet, alleen wat thee en rijst, want Romain heeft een flinke voedselvergiftiging opgelopen. Hij is twee dagen doodziek geweest in zijn hotelkamer en is zelfs naar het ziekenhuis voor buitenlanders gebracht, in de bewaakte en ommuurde ambassadewijk van Pjongjang, waar men hem van medicijnen heeft voorzien.

Na de lunch bezoeken we het Koryo openlucht museum. We zien oude huizen, tempeltjes en mooi grijs porcelein uit de Koryo-dynastie, gedecoreerd met kraanvogels. De lokale gids raakt in discussie met Mr O. Hij vindt dat ze te snel gaat en wil langzamer lopen en meer uitleg. Bij het souvenirswinkeltje kopen we een paar doosjes ginseng-thee. Ginseng heet "insam" in het Koreaans en uit Keasong komt naar verluidt de beste insam ter wereld. Dat gaan we thuis testen!

Het Koryo openluchtmuseum Muurschilderingen uit tombes Opgegraven beeldjes

Aan het eind van de rondleiding ga ik even naar de wc. De lokale gids staat bij het busje te praten en te lachen met onze gidsen. Sasja heeft door dat het over hem gaat en vraagt om vertaling. Het blijkt dat de gids hem een mooie man vindt. Lang en breed, zo horen echte mannen te zijn. Als ze merkt dat Mr Kim het vertaald heeft begint ze verlegen te giechelen: dat was niet de bedoeling! En nu het toch over uiterlijk gaat, onze gidsen vinden dat Sasja wel filmster kan worden in Korea. Hij heeft er weinig trek in: "Dan kan ik zeker in elke film de Amerikaanse schurk spelen die verslagen wordt?" Uh ja, dat is natuurlijk wel weer zo.

Goedgemutst rijden we verder naar de concrete wall. We komen nu echt over het platteland. We zien boeren het land bewerken en of langslopen met koeien aan een touw. We zien mensen die hun kleren of hun haar wassen in een riviertje. Er wordt veel mais en rode pepers gedroogd op daken van huizen of langs de kant van de weg. Het ziet er vrolijk uit, maar je vraagt je af wat er allemaal neerslaat op die mais aan uitlaatgassen en koeienpoep van passerende ossenwagens. Goed voor de weerstand, zullen we maar zeggen. Overal liggen mais en pepers, zelfs middenop de weg zodat het precies tussen wagenwielen en autobanden past. Mr Yu, die in Pjongjang altijd rakelings langs voorbijgangers scheurt, rijdt er heel voorzichtig overheen. Je zou het niet zeggen als je de copieuze maaltijden ziet die wij dagelijks krijgen voorgezet, maar voedsel is een schaars goed in dit land en het dient met respect behandeld te worden. Over een onverharde weg rijden we een heuvel op en komen terecht bij een uitkijkpost van het leger.

Zuid Korea heeft langs de hele grens met het noorden een betonnen muur gebouwd. Ze beweren dat het een antitankmuur is, om zich te beschermen tegen aanvallen vanuit de DPRK. Noord Korea meent echter dat het een soort apartheidsmuur is en vindt het een schande. Op dit uitkijkpunt staan verrekijkers klaar waarmee we de muur kunnen bekijken. Het is echter erg nevelig vandaag en ik vind het moeilijk te zien of ik nu naar een muur of een weg kijk. Ook mijn foto's maken me niet veel wijzer. Ik kan wel de legerpost met VN-vlag onderscheiden aan de andere kant van de grens. Een jonge soldaat laat ons een video zien over de concrete wall en bedankt ons oprecht er voor dat we hier zijn om zijn verhaal aan te horen.

Met de verrekijker speuren ...naar de Concrete Wall Uitleg op video

We rijden terug naar Pjongjang, onderweg genietend van het uitzicht dat we helaas niet zomaar mogen fotograferen. Een van de dingen die we vooraf al gehoord hebben is om niet zomaar foto's te maken vanuit de bus of van mensen. Het wordt ook afgeraden foto's te maken van armoede, ook al zouden wij iets juist rustiek of sfeervol vinden. Aangezien wij de relatie met de gidsen, die tot taak hebben ons een prachtig beeld van het land te geven, graag goed willen houden stellen we ons heel netjes op en vragen altijd toestemming voor foto's. Maar als dit land ooit herenigd wordt zitten wij in het eerste vliegtuig hierheen met onze camera's, om ons helemaal suf te knippen. Een paar mooie shots die we vandaag hebben moeten missen zijn van een man die een houten voordeur vervoerde dwars over de bagagedrager van zijn fiets en van een man die zijn koe met een touw aan zijn bagagedrager had gebonden.

In Pjongjang dineren we op een boot-restaurant. Op het dek krijgen we twee tafels, eentje voor ons en eentje voor de gidsen en chauffeur. Nouja zeg, wat is dat nou voor manier van samen eten! We zijn wat aan de late kant en zodra wij aan boord stappen begint de boot te varen. We tuffen langs de Juche Tower, wat een passend uitzicht voor een diner op de Teadong rivier! Kort daarna keert de boot en varen we terug. En daarna keert hij weer. We varen gewoon drie rondjes tussen het Kim Il Sung plein de Tower of the Juche Idea en leggen daarna aan.

Het eten is uiteraard weer geweldig, met Koreaanse vissoep die op tafel staat te koken en heel veel bakjes er omheen. De rest van het gezelschap bestaat uit een Chinese toergroep. Een Chinees aan de overkant van het dek ziet hoe ik mijn eetstokjes vasthoud en komt niet meer bij van het lachen. Krijg nou wat, dit is al de tweede Chinees die me in mijn gezicht uitlacht. Hij gebaart wat naar me met zijn eigen stokjes, maar dat is toch echt niet duidelijk genoeg van die afstand. Zodra we aanleggen staan de Chinezen en bloc op en stromen het dek af naar hun tourbus. Daar zitten we dan, op een bijna lege boot. Er is geloof ik nog één ander tafeltje bezet en het is opeens niet meer zo sfeervol als daarnet. Wij vertrekken kort daarna ook maar.

Diner op het bootrestaurant op de Taedong, met uitzicht op de Tower of the Juche Idea

Terug in het Yanggakdo Hotel krijgen we weer dezelfde kamer. Dat geeft wel een soort thuiskomstgevoel. In de lobby ontmoeten we Manuel, de Spaanse jongen, die al die tijd al de kamer naast ons blijkt te bewonen. Hij is per helikoter naar Mount Paektu geweest, de heilige berg met het kratermeer en de geboorteplaats van Kim Jong Il. Wij zijn reuze jaloers: een helikopter en een kratermeer, oei! Als we dat van te voren geweten hadden…! (Als we later de prijs van dit uitstapje horen zijn we trouwens opeens een stuk minder jaloers.) Manuel laat zijn foto's zien: tot onze verbazing zijn er welgeteld twee bij van het beroemde meer dat we overal afgebeeld zien. Twee? Wij zouden er minstens tweehonderd maken! Per persoon natuurlijk.

We nodigen onze gidsen uit voor een drankje in de Tea Bar. Ik drink thee en de heren bier, waar Mr Kim een schaaltje gedroogde vis bij bestelt, dat met smaak wordt opgepeuzeld. Dit schijnt gebruikelijk te zijn in Korea: bij bier hoort gedroogde vis. Ik probeer een stukje, maar besluit dat thee daarentegen uitstekend zonder vis kan.

Tijdens het toeristenseizoen wonen de gidsen in het hotel, in de winter thuis. Dan studeren ze op de toeristische informatie, zodat ze goed voorbereid zijn voor het volgende seizoen. Het is gezellig om een praatje te maken zonder dat er dingen bezichtigd en uitgelegd hoeven te worden. Mr Kim heeft na ons nog twee grote Nederlandse groepen in september, en wij beloven wat dingen op te schrijven waar hij een goede sier mee kan maken.

Mijn kennis van het Koreaans is ondertussen nog niet erg vergevorderd. Ik zet mijn persoonlijke taaltheorie uiteen: ik vind dat je in elk land waar je komt minimaal drie woorden in de plaatselijke taal moet leren, gewoon uit respect. Dat zijn goedendag, alstublieft en dankuwel. Maar het Koreaans is lastig en ik ben tot nog toe niet verder gekomen dan goedendag, dankuwel en toilet, heteen de gidsen wel hilarisch vinden. Het blijkt overigens dat het Koreaanse woord voor toilet op het lijstje van Koryo Tours, "pyonso", geen heel erg net woord voor toilet is. Het nette woord heeft echter vele lettergrepen extra, dus ik hou het op pyonso. Het heeft zijn nut in de praktijk al bewezen en niemand keek me boos aan, dus het kan er mee door.

De gidsen denken dat de groep Nederlanders die we op het vliegveld zagen van een protestantse organisatie zijn. Ze komen elk jaar met een groep naar Noord Korea, nemen twee of drie bijbels per persoon mee en bezoeken de twee kerken (een protestante en een katholieke) in Pjongjang om met de Koreanen te bidden. Aha, een opmerkelijk nieuwtje. Het zou kunnen, de groep die we zagen had wel iets christelijks over zich. Vandaar wellicht het liederen zingen in de ambassade. We merken op dat we vanaf de snelweg ook een Russisch orthodox kerkje hebben zien staan. Piepklein weliswaar, maar onmiskenbaar met uientorentje en Russisch kruis. Waarschijnlijk bevindt het zich op het terrein van de Russische ambassade denken onze gidsen.

Voor de liefhebbers twee links met info over de Koreaanse taal: http://en.wikipedia.org/wiki/Korean_language
http://langintro.com/kintro/