Reisdata

vooraf
06-08-2005
07-08-2005
08-08-2005
09-08-2005
10-08-2005
11-08-2005
12-08-2005
13-08-2005
14-08-2005
15-08-2005
16-08-2005
17-08-2005
18-08-2005
19-08-2005
20-08-2005
21-08-2005
22-08-2005
23-08-2005
24-08-2005
25-08-2005
26-08-2005
27-08-2005
28-08-2005
29-08-2005
30-08-2005
31-08-2005
01-09-2005
02-09-2005
03-09-2005
04-09-2005
05-09-2005
weer thuis


Van Pjongjang naar Keasong

Om 7 uur morgens worden we wakker van versterkte muziek buiten. Nieuwsgierig lopen we naar het raam. Aan de overkant van de Taedong rijdt een propagandabusje door de straten, met luidsprekers op het dak waar Koreaanse muziek uit schettert. Dit is om de bevolking te motiveren zich ook vandaag weer in te zetten voor het land. Gister hebben we al een interessante vorm van "muziek terwijl u werkt" gezien. Waar bouwvakkers bij ons een radio mee naar hun werk nemen, zet men hier gewoon een complete band neer. Gebouwen worden zo gebouwd en straten worden aangelegd onder het genot van enthousiasmerende live muziek.

We beginnen de dag met een bezoek aan het oorlogsmuseum, officieel het "Victorious Fatherland Liberation War Museum" geheten. Een vrouwelijke militair, met rode lippenstift en groen uniform dat haar heel charmant staat, leidt ons rond door het museum. In de hal worden we begroet door een heel groot schilderij, waarop generalissimo Kim Il Sung in smetteloos wit en grijs voor zijn troepen uitloopt.

Nadat Korea na de tweede wereldoorlog in twee landen was verdeeld, besloot Noord Korea in 1950 om het zuiden te bevrijden van de Amerikaanse bezetters. In den beginne lukte dat aardig, maar toen men al bijna in het zuiden van Zuid Korea was aangekomen, grepen de Verenigde Staten en de Verenigde Naties in. Zij drongen de noordelijke troepen terug, tot ver over de 38e breedtegraad die sinds enkele jaren de scheiding tussen de twee Korea's was. Toen de westerse troepen in de buurt van de Chinese grens begonnen te komen vond dat land het echter welletjes geweest en hielp Noord Korea met de strijd. Na drie jaar van oorlog, en tienduizenden doden en vele verwoeste steden verder, werd op 27 juli 1953 een staakt-het-vuren getekend en trokken beide Korea's zich terug aan hun "eigen" kant van de 38e breedtegraad. Volgens Noord Korea was het overigens het Zuiden dat de oorlog begon.

Je zou kunnen denken dat alle moeite dus tevergeefs was geweest, maar de folder van het museum zegt hierover: "The US imperialists fell to their knees before the Korean people and signed the Armistice Agreement om July 27, 1953. The just Fatherland Liberation War of the Korean people came to an end in a great victory."

Na een aantal zalen met displays krijgen we een diorama te zien over een bepaalde episode uit de Koreaanse oorlog. Moedige chauffeurs reden met hun vrachtwagens over een gevaarlijke bergpas om hun troepen te bevoorraden, terwijl ze van boven werden beschoten door de vliegtuigen van de "American imperialists" en de "South Korean puppet army". Terwijl een damesstem op een bandje deze geschiedenis vertelt rijden miniatuurvrachtwagens door het kunstig nagemaakte berglandschap onder dekking van de nacht. De strijd is in volle gang: vanaf de heuvel klinkt afweergeschut en er stort een helikopter neer. Nog voor het eind van het verhaal gaat het licht van het diorama uit, terwijl het bandje vrolijk verder praat. Volgens de museumgids is het verhaal nu afgelopen en moeten we snel verder.

Het Victorious Fatherland Liberation War Museum

We begeven ons naar boven in een piepklein met hout betimmerd liftje, dat piept en kraakt en er indrukwekkend lang over doet om een verdieping hoger te raken. Boven is het mooiste diorama van het museum te zien: een rond schilderij van 15 meter hoog en 132 meter omtrek, dat kunstig overgaat in een echte voorgrond. De vloer in het midden draait rond, zodat je rustig op een bankje kunt gaan zitten en de oorlogstaferelen aan je voorbij kunt laten trekken. Als wij binnenkomen zit er net een klas met schoolkinderen en zijn alle bankjes bezet. Maar geen nood: onze soldate maant een paar kinderen om te gaan staan zodat wij, nogal gegeneerd natuurlijk, op hun bankje kunnen plaatsnemen. Dan posteert ze zich voor ons en begint in het Engels, dwars door de Koreaanse geluidsband heen, te vertellen dat het hier de bevrijding van het dorp Taejon betreft.

De geluidsband is afgelopen, de schoolkinderen vertrekken en wij mogen foto's maken. Of wij ooit zoiets als dit gezien hebben wil onze gids weten. Ik vertel over het panorama van Mesdag, maar omdat ze duidelijk erg trots is op deze voorstelling, voeg ik er nadrukkelijk aan toe dat daar niets ronddraait en dat het gewoon een uitzicht op zee en duin betreft en dus veel minder spectaculair is.

Het museum herbergt ook een indrukwekkende collectie buitgemaakte tanks en neergeschoten Amerikaanse vliegtuigen, die wij tot genoegen van de gids uitgebreid bestuderen en fotograferen.


  Monument to the Victory in the Fatherland Liberation War

We verlaten het museum en stappen allemaal, inclusief lokale gids, in ons busje voor de volgende bestemming: het "Monument to the Victory in the Fatherland Liberation War". Het monument, opgericht in 1993 ter gelegenheid van de 40e verjaardag van de overwinning, bestaat (uiteraard) uit een enorm plein, met daarop diverse bronzen beeldengroepen in sociaal realistische stijl.

In het midden staat het beeld "Victory", van een soldaat met een Russisch Shpagin machinegeweer (of de aangepaste Koreaanse versie daarvan) die de Koreaanse vlag zwaait. Langs de kanten zien we scènes uit de strijd. Zo is er een wat luguber aandoende beeldengroep die Koreanen uitbeeldt die gewond raakten in de strijd maar toch dapper doorvochten en bij gebrek aan armen, benen of andere vitale lichaamsdelen hun machinegeweer bedienden met hun tanden of zich met een handgranaaat in de mond op de vijand stortten. Zoals van alle beelden die we zien is de vormgeving zeer realistisch, tot aan de gezichtsuitdrukkingen toe.

Details van het monument

Op de achtergrond zien we het 330 meter hoge, pyramidevormige Ryugyong hotel overal bovenuit torenen. Dit had, met zijn 105 verdiepingen, ooit het grootste en hoogste hotel van Azië moeten worden, met 3000 kamers en vijf "revolving restaurants" bovenin. De bouw startte eind jaren '80 en werd in 1992 voor onbepaalde tijd stilgelegd. In het westen beweert men dat dit te wijten is aan constructiefouten, maar volgens de Koreanen is het slechts een tijdelijke pauze om niet nader uitgelegde redenen.

Vervolgens rijden we naar de oevers van de rivier de Taedong, voor het bezichtigen van de USS Pueblo. Dit Amerikaanse schip werd in januari 1968 door de Koreanen overmeesterd in de Oostkoreaanse Zee. Vanaf dat moment lopen de lezingen uiteen. De Amerikanen beweerden dat de Pueblo een oceanografisch onderzoeksschip was dat zich in internationale wateren bevond, volgens Noord Korea was het een spionageschip dat hun territoriale wateren had geschonden. Hoe dan ook, er werden schoten gelost, een Amerikaan liet het leven en de rest werd gevangen genomen. Na elf maanden ruzie maken over tekenden de Amerikanen een officiële excuusbrief aan de DPRK en werden de bemanningsleden van de USS Pueblo uiteindelijk vrijgelaten en bij Panmunjong de grens overgezet naar Zuid Korea.

De USS Pueblo Machinegeweer op achterdek Koreaanse kogelgaten

De Pueblo ligt tegenwoordig in Pjongjang, aan de oever van de Taedong, op de plaats waar 120 jaar eerder een ander Amerikaans schip tot zinken is gebracht: de General Sherman. Dit schip kwam officieel om handel te drijven, maar vermoedelijk vooral om het christelijk geloof te verspreiden in Korea. Hoewel Korea liet weten handel niet op prijs te stellen voer de General Sherman toch verder stroomopwaarts, hetgeen resulteerde in een gevecht van vier dagen, de vernietiging van het schip, en de dood van alle opvarenden. Door de Pueblo op deze plek te leggen wordt aangetoond dat de Amerikaanse imperialisten het al heel lang op Koreaans grondgebied voorzien hebben. Pikant detail: het tot zinken brengen van de General Sherman zou zijn bewerkstelligd door de grootvader van Kim Il Sung.

Maar terug naar de Pueblo: aan boord krijgen we een streperige zwartwit video te zien over het incident, waarin de term "American imperialists" veelvuldig valt. Daarna volgt een rondleiding overhet schip. We zien de slaapkamers van de bemanning, de keuken, de rood omcirkelde kogelgaten van het Koreaanse vuur, de control room, de kamers met spionageapparatuur en enkele documenten die gemarkeerd zijn als "top secret".

Als we de Pueblo over de loopplank verlaten en naar het busje lopen, knoopt de gids een praatje met mij aan. Ze wil weten hoe oud ik ben, of Sas en ik getrouwd zijn en of we kinderen hebben. Vaak zeg ik in het buitenland ja op de vraag of we getrouwd zijn, omdat samenwonen niet overal een bekend en geaccepteerd begrip is. Maar aangezien Mr O achter ons loopt, die uit hoofde van zijn functie alles van ons weet, moet ik wel nee zeggen, anders komt het wel heel vreemd op hem over. De gids heeft zelf twee zoontjes, en vraagt verbaasd waarom wij geen kinderen hebben. Ik haal mijn schouders maar op en maak een gebaar van "geen idee", want ik heb het sterke vermoeden dat "ik wil niet" hier geen gepast antwoord zou zijn.

Apparatuur aan boord van de USS Pueblo en de Amerikaanse excuusbrief aan Korea

We rijden naar ons hotel voor een lunch in het "Revolving Restaurant" op de 47e verdieping. Als we Mr O daar op de afgesproken tijd ontmoeten deelt hij mede dat het helaas niet doorgaat, want een grote groep Chinezen heeft er al gereserveerd. Na de lunch in Restaurant Nr 2 dragen we onze bagage naar de bus, want vanavond overnachten we in Keasong.

We bezoeken de Korean Art Galley aan het Kim Il Sung plein. Bij elk museum dat wij aandoen staat speciaal voor ons een lokale gids klaar. Onze gidsen moeten altijd eerst even naar de receptie om te laten weten dat wij de twee Nederlanders zijn die voor vandaag in de planning staan, zodat we kunnen worden afgestreept van de bezoekerslijst.

Deze gids heeft haar zoontje meegenomen. Hij is 13 jaar en leert sinds kort Engels op school, dat hij op ons hoopt te kunnen oefenen. Zijn moeders uitleg over de schilderijen is duidelijk nog te hoog voor hem gegrepen, en hij beperkt zich tot de zinnetjes die hij tot dusver heeft geleerd. Daartoe trekt hij eerst een tijdje diepe denkrimpels op zijn gezicht en dan opeens barst hij uit in en net iets te hard "What's your name?!" Wij stellen uiteraard de wedervraag hoe hij heet, en we zien de radertjes van zijn hersens malen om alles te verwerken.

Het museum herbergt schilderkunst uit alle periodes. We beginnen bij de oudheid, de muurschilderingen uit de grafombes van de oude koningen, gaan naar de landschappen en andere natuurtaferelen. Langzamerhand beginnen we dingen te herkennen. Stijlen, maar ook bepaalde schilderijen. In alle souvenirswinkels tref je namelijk geschilderde of geborduurde replica's van oude beroemde schilderijen aan. Nu we opeens de originelen zien hangen komen veel er van ons al bekend voor. Een van de bekendere schilderijen is die van een slapende boer onder een boom. Zijn koe staat er naast en overziet het tafereel. De gids zegt dat niemand die boer nog wakker heeft kunnen maken en vraagt of het ons misschien zal lukken. Wij zien hem echter tevreden snurken en beginnen er maar niet aan.

Dan komen we bij de afdeling moderne kust. Het is een vrolijke realistische stijl met veel kleur en veel licht in de schilderijen. Je zou het kitsch kunnen noemen, maar het heeft ook wel weer wat. Er staan altijd mensen op en alle gezichten zijn glad en stralend als pasgeboren babyhuidjes. En is overigens geen sprake van een natuurlijke lichtval: alles is licht, men doet hier niet aan schaduwen.

De museumgids is wel met ons ingenomen. Ze roept een paar keer "I see you are very interesting in art!" Haar zoon vraagt ondertussen, na lang nadenken: "Dou you like sports?" Zijn moeder maant hem ons niet te veel lastig te vallen, maar wij vinden het juist wel schattig. Het is een verfrissende afwisseling op alle uitleg in musea en monumenten waar we ons de hele dag op moeten concentreren. Op de gang in het trappenhuis hangen een paar politieke propagandaposters in de stijl die we zo mooi vinden. Helaas zijn het de enige die we zien in het hele museum. Op één er van staat een sluipschutter afgebeeld met de crosshair van zijn telescoop over een gezicht met bekende trekken. Of we zien wie het is, vraagt de gids. Jazeker! "George Bush" roep ik enthousiast. Er wordt wat besmuikt gegiecheld.

Als de rondleiding ten einde is nemen we afscheid van de gids en drukken haar zoontje een zakje snoep in zijn handen en de raadgeving op het hart om vooral veel Engels te blijven oefenen. Ons busje staat alweer klaar om ons met hoge snelheid naar de volgende bezienswaardigheid te brengen.

We gaan naar een Schoolchildrens Palace. In Noord Korea gaan kinderen zes ochtenden per week naar school. 's Middags kunnen ze zich wijden aan een sport of kunst waar ze goed in zijn, zoals zingen, dansen, borduren, calligraferen, muziekinstrumenten bespelen, teakwondo etcetera. (Niet Koreaanse bronnen beweren overigens dat de minder getalenteerde kinderen op het land werken of ander verplicht vrijwilligerswerk moeten doen.) Twee dagen per week is het Schoolchildrens Palace geopend voor bezoekers. We kunnen kijken bij repetities van schattige kleine meisjes die gitaar spelen, piano, accordeon of een traditionele Koreaanse kajagum, een interessant uitziend, rechthoekig, houten snaarinstrument. Ze dragen allemaal een zwarte of blauwe rok, een wit bloesje met rood sjaaltje en nette witte sokjes.

Kajagum Borduren Calligrafie

Sommige kinderen beginnen te klappen als wij binnenkomen, en als wij hen applaus geven na afloop van het nummer, klappen ze weer. We beluisteren bij elke groep één nummer en lopen dan door naar het volgende zaaltje. Er wordt druk gemusiceerd, maar ook geborduurd en gecalligrafeerd. Hier zien we voor het eerst ook jongens bij zitten. Verder hebben we alleen maar meisjes gezien.

We zijn uiteraard niet de enige toeristen, maar zo te zien wel de kleinste groep. De Nederlandse toeristen die we al zagen op het vliegveld van Beijing rennen luid tetterend door de gangen. En we komen voortdurend een groep Chinezen tegen, die twee begeleiders met videocamera mee hebben. Op verzoek kan men de reis laten filmen, begrijpen we van Mr O, en dan kan men de video kopen als aandenken. We proberen de Chinezen zoveel mogelijk te ontwijken, want ze zwermen door de hele kamer en staan vreselijk in beeld als we willen fotograferen.

Om vijf uur begeven we ons naar het theather van het Schoolchildrens Palace. Hier geven de kinderen een spetterende voorstelling om te demonstreren wat ze allemaal geleerd hebben. Er wordt gedanst, gezongen en muziek gemaakt dat het een lieve lust is. Twee minimeisjes in witte jurkjes spelen quatre mains op een vleugel, kleine jongens halen acrobatische toeren uit en de favoriet van de middag is een meisje dat met weidse armgebaren op twee xylofoons tegelijk speelt en ondertussen onafgebroken lacht naar het publiek. En niet zomaar lachen he? Nee werkelijk van oor tot oor.

De theathervoorstelling in het Schoolchildrens Palace

Op naar Keasong! We rijden de stad uit in zuidelijke richting, onderweg een sanitaire stop makend bij een restaurant dat als een brug over de weg heen staat. Veel klandizie zal dit restaurant niet hebben, met de Koreaanse verkeersdichtheid. Onderweg zien we vooral weer veel fietsende en lopende mensen en mensen die om onduidelijke redenen gewoon zitten te zitten langs de kant van de weg. Af en toe passeren we een vrachtwagen met een hele vracht mensen bovenop de lading gezeten. We rijden langs dorpen, akkers en rijstvelden. Hier en daar in het land staan reusachtige slogans, bestaand uit grote witte blokken met rode karakters er op. Van een afstand is hun maat niet goed in te schatten, tot Sas een man bij zo'n blok ziet staan en concludeert dat de letters zo'n tien meter hoog moeten zijn.

Of je nu door Pjongjang rijdt of over de snelweg, overal zijn checkpoints. Reizende Koreanen hebben duidelijk toestemming nodig om zich van A naar B te begeven. Op bepaalde punten staat er langs de kant van de weg een politieagent (in de stad) of een soldaat (langs de snelweg) die ons een stopteken geeft. De chauffeur remt af en als hij bijna stilstaat ziet de gezagsdrager Sas en mij op de middelste bank zitten en maakt onmiddellijk een gebaar van "rij maar door". Dat gebeurt alleen in Pjongjang al een paar keer per dag.

Het is ongeveer 150 kilometer rijden naar Keasong en naarmate we de stad dichter naderen komen we steeds meer checkpoints tegen. Bij het laatste checkpoint, het is inmiddels al donker, moeten we stoppen. Mr Kim gaat met de papieren een kantoortje binnen, terwijl wij in het busje blijven zitten met de binnenverlichting aan, opdat de autoriteiten ons kunnen zien. We horen dat de vele checkpoints noodzakelijk zijn omdat we de grens met Zuid Korea naderen. Het is momenteel allemaal wat gecompliceerd enzo, maar na de hereniging zal dit niet meer nodig zijn.

Keasong is een schattig plaatsje waar veel huizen nog in traditionele Koreaanse stijl zijn gebouwd. Ook ons hotel is in traditionele stijl. Het bestaat uit een aantal tradionele huizen langs een klein beekje. We krijgen met zijn vijven een paar kamers toegewezen die uitkomen op onze "eigen" binnenplaats met klein tuintje. Boven de daken uit zien we nog net het verlichte standbeeld van Kim ll Sung die vanaf een heuvel uitkijkt over zijn volk.

We hebben Sasja's reistas met de laptop, alle souvenirs en andere dingen die we hier niet nodig hebben in het hotel in Beijing laten staan, en onze gezamenlijke bagage zit nu in mijn rugzak. Als de chauffeur mij met die rugzak ziet sjouwen neemt hij hem ondanks mijn protesten meteen over en draagt hem zelf van het busje naar onze kamer.

Onze slaapkamer heeft twee futons als matras en twee harde bonenkussens om het hoofd op te leggen. De vloer is bedekt met rieten tatami's dus de schoenen moeten uit voor we naar binnen gaan. Er is ook een tv, die op elk kanaal de dezelfde zender vertoont. Korea Central is het enige station dat je hier kunt zien. In het weekend is er meer keus: dan is er enkele uren per dag nog een extra zender. Voor de doorsnee Koreaan dus geen Japanse tv en BBC World, zoals wij in het Yanggakdo Hotel op onze kamer hebben. In de badkamer staan twee paar plastic slippers klaar en die zijn nodig ook, want de wasbak lekt en een deel van de vloer staat daardoor onder water.

We krijgen een maaltijd in traditionele stijl geserveerd, die we zittend op de grond verorberen. We hebben elk klein een tafeltje voor onze neus, gevuld met heel veel bakjes met Koreaanse heerlijkheden. Sas en ik delen samen een eetkamer van vijf bij vijf meter, die ook als doorgangsruimte wordt gebruikt. Voortdurend lopen er dames in en uit die bij de deur hun schoenen uit of aan trekken al naar gelang ze naar binnen of buiten gaan. Onze begeleiders eten wederom elders. Als we uitgegeten zijn lopen we wat rond over het hotelterrein. Onze poort is op slot en we hebben geen idee waar de gidsen zijn. Na wat gluren in verschillende kamertjes waar Koreanen zitten te eten zien we Mr Yu zitten, die kennelijk samen met de andere chauffeurs eet en die direct de sleutel voor ons gaat halen bij de gidsen.

De futons liggen lekker, alleen word ik een paar keer wakker van een slapende arm. Da's dan weer wat minder van een harde matras. We laten de deuren van de kamer open staan en vallen tevreden in slaap bij de zoele nachtlucht en het idyllisch getsjirp van de krekels.

Het Keasong Folk Custom Hotel Onze kamer
Traditioneel diner met heeeel veeel bakjes!