Reisdata
vooraf
06-08-2005
07-08-2005
08-08-2005
09-08-2005
10-08-2005
11-08-2005
12-08-2005
13-08-2005
14-08-2005
15-08-2005
16-08-2005
17-08-2005
18-08-2005
19-08-2005
20-08-2005
21-08-2005
22-08-2005
23-08-2005
24-08-2005
25-08-2005
26-08-2005
27-08-2005
28-08-2005
29-08-2005
30-08-2005
31-08-2005
01-09-2005
02-09-2005
03-09-2005
04-09-2005
05-09-2005
weer thuis
|
De Verboden Stad
Als je naar de Verboden Stad wilt moet je vooral vroeg aan, anders is het veel te druk met
toeristen, zo is ons op het hart gedrukt. Eric heeft vanmorgen van zeven tot acht aan de
telefoon gehangen om live te kunnen meepraten in zijn radioprogramma "Off the Hook" dat in New
York op woensdagavond wordt uitgezonden, dus daarna kunnen we, voor ons doen vroeg, de stad in.
Maar eerst willen we wat kleding afgeven om te wassen. Sas en ik bieden ieder een broek aan ter
reiniging, maar Eric heeft twee zakken vol, bijna al zijn kleren. We schrijven de kamernummers
op de zak en nog voor de we deur uit zijn worden de zakken opgehaald door een dame van het hotel.
Tot onze verbazing stort zij de zakken leeg in onze deuropening en begint op de drempel van onze
kamer de berg kleding te sorteren volgens een systeem dat wij niet helemaal doorgronden.
Als we op het Tian An Men plein aankomen is het al behoorlijk druk. Vandaag is Mao te
bezichtigen, want zijn mausoleum is geopend. Langs een met touwhekjes afgezet pad staan
honderden Chinezen in de rij om een blik op de stoffelijke resten van de Grote Roerganger te
mogen werpen. Wij op onze beurt blijven een tijdje staan kijken naar de wachtenden. De
rijcoördinatie is in handen van jongeren, die met strategische tussenruimtes staan opgesteld
langs het pad en aanwijzingen roepen in gele megafoons. Iedereen wil Mao zien: van babies tot
ouden van dagen. We zien een oude man met een cowboyhoed, een oude vrouw in een rolstoel,
dreinende kinderen en twee boedhistische monniken met bidsnoer en rode pij. Veel mensen, vooral
vrouwen, hebben pastelkleurige paraplu's bij zich om zichzelf tegen de zon te beschermen. Blank
is namelijk in in Azie, in elk geval bij vrouwen. De schappen van de drogist staan dan ook vol
met "whitening cream". De rij is lang, maar het gaat toch aardig snel. Kennelijk worden de
mensen in hoog tempo langs de overleden leider gevoerd.
|
 |
| In de rij voor Mao |
|
Terwijl we de mensenzee staan te bestuderen worden we aangesproken door twee meisjes. Een van
hen wil met mij op de foto. Geen probleem. Wij poseren samen terwijl Sas en het andere meisje
foto's maken. Bij de tweede foto legt de Chinese haar hoofd schuin op mijn schouder alsof wij
elkaar al jaren kennen en de beste vrienden zijn. Ik vind het erg grappig, maar ik vraag me af
wat ze dan later zeggen als die foto aan anderen wordt getoond. "Kijk, ik heb een westerling
gevangen"?
We steken het plein dwars over richting paleis en worden om de haverklap aangeklampt door
souvenirverkopers. Ze proberen ansichtkaarten, postzegels, en Mao's Rode boekje aan de man te
brengen. We wimpelen alles vriendelijk glimlachend af. Maar één souvenir vind ik wel bijzonder
intrigerend. Voor 30 yuan word ik de grinnikende eigenaar van een horloge met een plaatje van
een vrolijk wuivende Mao er op, waarbij zijn arm op en neer beweegt op het ritme van de
secondenwijzer. Ik heb er helemaal niets aan, want het horloge is veel te groot voor mij en
bovendien is Mao bepaald niet zo bij de tijd als je van een horloge zou verlangen, maar het
heeft wel geweldige curiositeitswaarde. Hier staan hele families in de rij voor een bezoek aan
zijn mausoleum en honderd meter verderop wordt hij verkocht als kitscherig souvenir.
|
 |
 |
 |
| De was wordt gesorteerd |
Smile, you're in China! |
Mao bij de tijd |
|
Wij begeven ons richting Verboden Stad, het voormalig keizerlijk paleis, waarvan de oudste
delen dateren uit het jaar 1406. Ook hier lopen de drie tijdperken waar ik het gister over had
naadloos door elkaar heen. Om de Verboden Stad binnen te gaan moeten we eerst onder een poort
door met een enorm portret van Mao erboven, en als we eenmaal binnen zijn blijken de pleinen
van het paleis gevuld met souvenirwinkels en zelfs een Starbucks!
Een van de toeristenattracties is dat je als keizer verkleed op de foto kunt gaan, op een mooie
goudgeverfde troon. Tot onze niet geringe verbazing besluit Eric, toch bepaald geen doorsnee
toerist, dat hij deze kans niet voorbij kan laten gaan. Hij koopt zijn kaartje en wordt verwezen
naar een kleedkamer, waar zijn kleedster hem in een geel, met draken geborduurd, keizerlijk
gewaad hijst en een bijpassend keizerlijk hoofddeksel op zijn hoofd bevestigt. Sas en ik komen
nu al niet meer bij van het lachen en knippen er alvast lustig op los met onze camera's terwijl
Eric op zijn beurt wacht voor de troonsessie. Hij wordt door de fotograaf vereeuwigd in twee
poses: streng gezeten op zijn troon en statig rechtopstaand, met de hand op keizerlijke wijze
voor de borst.
En dan moeten we 20 minuten wachten op de afdrukken van Eric's statieportret. Dat geeft ons
alle tijd om, gezeten in de schaduw van een boom, de in de buurt rondhangende Chinezen te
bestuderen. Ook hier zijn bijna alle toeristen Chinees. Veel kleine meisjes dragen vrolijke
hoofdversieringen met gekleurde pompoentjes er aan. Een jong stel dat voor ons zit heeft
portrettekeningen laten maken. Een passant in legeruniform komt naast hun zitten en bestudeert
de resultaten uitvoerig. Een groep soldaten komt langsjoggen voor het wisselen van de wacht.
Een groep Chinese toeristen passeert, allemaal identieke rode zonnekleppen dragend. Even
verderop trekt een vrouw de broek van haar zoontje uit en laat hem op een uitgevouwen krant
poepen. Gewoon, terwijl ze op een stoepje zit, temidden van de andere toeristen. Ze kijkt er
bij of dit de normaalste zaak van de wereld is.
De foto's zijn klaar! Eric wordt naar binnen geroepen, de deur gaat dicht en op samenzweerderige
toon zegt de verkoper dat hij tegen een meerprijs de foto's kan laten lamineren. Dat is echt
veel beter, want dan blijven ze mooi! Eric heeft helemaal geen trek in gelamineerde foto's,
maar hij moet flink in discussie om zonder "laminaat" weer te kunnen vertrekken. De foto's zijn
goed gelukt. Eric kijkt overtuigend keizerlijk in de camera en de aankleding doet de rest.
Chinese omstanders komen er bij staan om de foto's te bekijken en vinden ze geweldig grappig.
Een oudere vrouw proest het uit van het lachen, hetgeen wel aanstekelijk werkt. Missie geslaagd. Nu kunnen we eindelijk een kaartje kopen en echt naar binnen.
|
 |
 |
 |
| De strenge keizer |
De hippe keizer |
De heel erg grappige keizer |
|
Ondertussen zijn we allang niet meer vroeg en het is behoorlijk druk in het paleismuseum. Tussen
de andere toeristen vergapen we ons aan de oude paleizen, pagodes, pleinen, trappen en beelden.
Het is indrukwekkend als je bedenkt hoe oud dit alles is en je je probeert voor te stellen wie
hier allemaal rondliepen in vroeger tijden. Ik neem me voor om thuis direct de film "The last
Emperor" te gaan kijken die zich grotendeels hierbinnen afspeelt. De Chinese keizers leefden in
dit paleizencomplex temidden van hun uitgebreide hofhouding en kwamen zelden buiten. Het was
inderdaad een stad op zich, verboden terrein voor gewone stervelingen.
Als ik druk bezig ben alle decoratieve details van de Verboden Stad vast te leggen komt er een
meisje naar me toe. Alweer een fotoverzoek! Ik begin me zo langzamerhand een beetje een filmster
te voelen. Ik vind het erg grappig en poseer gewillig met twee meisjes, terwijl hun moeder een
foto maakt. Ook eentje met mijn camera natuurlijk, leuk voor mijn eigen verzameling.
|
|
|
Het is trouwens behoorlijk warm en ontzettend druk. Na een tijdje hebben we wel genoeg van de
warmte en de mensenmassa en willen graag naar buiten. De paleistuinen bekijken we daarom vrij
vluchtig, wat wel jammer is, want ze zijn erg mooi, met rotspartijen en kleine pagodes. Maar
ook met heel veel mensen op de smalle paadjes.Eenmaal buiten het paleis treffen we ergens een
redelijk hip uitziend eethuisje met airco. Gelukzalig ploffen we neer aan een tafeltje, blij
onze oververhitte hoofden te kunnen afkoelen. Een van de dingen die ik bestel is een salade met
bloembol er in. Mijn moeder heeft in de tweede wereldoorlog wel eens tulpenbollen moeten eten,
en volgens haar lag dat erg zwaar op de maag, dus ik ben benieuwd. De bol heeft niet veel smaak,
maar vult behoorlijk. Ik kan me er wel wat bij voorstellen. Als je al een tijd heel weinig hebt
gegeten is dit wel zware kost. Als ik naar het toilet ga vraagt Eric me om een foto te maken van
een echte Chinese hurk-wc. Hij heeft geluk, want dit restaurant bezit een zeer hip exemplaar met
wit- en zwartgeblokte tegeltjes.
Na het eten begeeft Eric zich naar het hotel om verder te werken aan het volgende nummer van
2600 Magazine. Sas en ik komen in de grote winkelstraat terecht waar we al eerder zijn geweest
en slenteren er wat doorheen. De winkels met dure westerse merken slaan we snel over, want die
vinden we thuis ook niet interessant. Bij de toeristenwinkels graaien de Chinese toeristen
fanatiek in de bakken met afgeprijse jade-frutsels voor 10 yuan per stuk. Als je zo'n winkel
wat verder binnen loopt staan overal verkopers van alles en nog wat aan te prijzen. Zo zijn er
sieraden, jaden beeldjes, Mao-frutsels, heat packs om op je stijve nek te leggen enzovoorts.
Hoe verder je naar achter loopt, hoe rustiger het wordt en hoe harder de verkopers je aandacht
proberen te trekken. Dit gaat net zolang door tot je uiteindelijk iets koopt of de zaak uit
vlucht. In één warenhuis weten we niet hoe snel we weer naar buiten moeten omdat we geen stap
kunnen zetten zonder dat iedereen ons 'hallo, hallo' toeroept en ons de meest oninteressante
spullen wil aansmeren. Op straat worden we weer om de haverklap aangesproken door mensen die
Chinese kunst beweren te studeren, waarop wij extra breed glimlachen en meteen melden dat we
niet naar de tentoonstelling gaan.
Zodra we terug in het hotel zijn komt de wasdame naar boven met onze schone was. Eric's kleding
zit nu in de zak met ons kamernummer en die krijgen wij dus overhandigd. Aangezien de wasdame en
ik geen gemeenschappelijke taal delen waarin wij kunnen communiceren betaal ik Eric's rekening
en ga kijken of hij op zijn kamer is. Zodra de dame Eric in het vizier krijgt gaat haar
duidelijk zichtbaar een licht op. Ze schuift het geld resoluut weer naar me toe en verlaat de
kamer om even later terug te keren met de zak met onze broeken er in. Het is allemaal net een
komisch toneelstuk zonder tekst.
Met zijn drietjes nemen we de metro naar het Tian An Men plein, om daar de laatste aflevering
van Off the Wall op te nemen waarin Sas en ik zullen figureren. Over twee dagen scheiden onze
wegen, als Eric de trein naar Shanghai neemt en wij het vliegtuig naar Pjongjang.
Het is donker, maar nog heerlijk warm t-shirtweer en het plein ziet er prachtig uit met al zijn
verlichte gebouwen en monumenten. Overal zijn mensen aan het vliegeren, wat er echt
sprookjesachtig uit ziet. Voor luttle yuans kunnen wij overigens deelgenoot worden van dat
sprookje, want in plaats van Mao's horloge en rode boekje worden ons nu om de vijf minuten
vliegers te koop aangeboden.
Eric heeft een zwart colbertje aangetrokken (dat heeft hij speciaal aangeschaft voor zijn reis
met cruise ship Queen Mary 2, van New York naar Southampton) en daar de kleine clip on microfoon
onopvallend op bevestigd opdat hij hier niet het Rode Plein probleem zal krijgen. We posteren
neutraal ons op een hekje langs de rand van het plein en kletsen wat over Beijng en de reis er
naartoe. Dan nemen Sas en ik afscheid van de luisteraars terwijl Eric de laatste 20 minuten
volpraat.
In afwachting van Eric dwalen Sas en ik wat over het plein en staan een tijdje te kijken bij
kinderen en jongeren die rondjes aan het skaten zijn. Met pionnen hebben ze een baan afgebakend
en het doel is om zo hard mogelijk te gaan. En ze gaan echt heel hard. Het ziet er uit als short
track schaatsen, maar dan op skates. Als we daar staan wordt Sas aangesproken door een jongen.
Maar deze wil voor de verandering geen kunst aan ons verkopen. Hij is hier met zijn nichtje en
zijn docent en hij oefent echt zijn Engels. Hij heet Johnny (de meeste Chinezen hebben ook nog
een westerse naam) en heeft zelfs een vriend in Nederland, die hij ooit hoopt te bezoeken.
Eric spoedt zich naar het hotel om de uitzending te editten en up te loaden, Sas en ik lopen nog
een beetje door de omgeving. In de buurt van het plein spreekt een Rus met een flinke
alcoholkegel ons aan. Of wij een foto willen maken van hem met Tian An Men plein op de
achtergrond. Hij vertelt ons nog een mop over een Japanner die Russisch leert. Ik kan het half
volgen, maar moet later aan Sas de vertaling van de clou vragen want die heb ik natuurlik net gemist.
|
 |
 |
 |
| Vliegeren op Tian An Men |
Onze laatste Off the Wall |
Johnny: "How tall are you?" |
|
We komen langs een rij kledingzaakjes die fel verlicht zijn in de donkere nacht. Vanuit de winkels
slingeren luidsprekers Chinese teksten naar het publiek. Het zal wel over uitverkoop gaan, maar qua
intonatie doet het erg denken aan propagandaboodschappen. Ik duik een winkeltje in en scoor voor
de waanzinnige prijs van 19 yuan (1 euro 90) nog snel een zwarte bloes voor in Korea. Ik heb een
aparte zak met "nette" kleding voor Noord Korea, die ik al weken onderin mijn rugzak meesleep en
ik twijfel nu opeens of ik wel genoeg heb. Shirts met Engelse teksten worden daar bijvoorbeeld
niet op prijs gesteld dus hebben we een verzameling effen kledingstukken in beschaafde kleuren
gereserveerd.
Even verderop zit een winkeltje van Robinhood. Ik heb al diverse dames zien lopen in t-shirts
met "Robinhood" er op en ik heb het idee dat dit zo'n quasi-Engels Aziatisch merk is dus dat
lijkt me leuk als souvenir. In de hele winkel is er één shirt dat ik leuk vind, maar er hangt
nog maar één exemplaar van op het rek en dat is te groot. Het enige andere exemplaar van dat
shirt zit aan een etalagepop. Ik vraag naar de maat van de pop en of ik dat shirt misschien kan
passen. Het meisje dat mij helpt gilt keihard dwars door de winkel naar een jongen, die direct
aankomt draven, op een trapje klimt, de etalagepop met geweld een arm afrukt en het shirt voor
mij bevrijdt. Ik ben nu de trotse bezitter van een shirtje waarop staat "Robinhood comes from
London, since 1943". En, ik heb het later nagezocht, het is inderdaad een Chinees merk.
Omdat het weer zo heerlijk is lopen we naar het hotel in plaats van de metro te nemen, en
plukken daarna Eric uit zijn kamer voor een diner bij RBT. Ik heb echt veel te veel besteld,
omdat ik vanalles wilde uitproberen, en kan maar de helft op van mijn maaltijd. Als ik mijn
"bean curd" blokjes oppak met mijn eetstokjes begint een Chinees aan een naburig tafeltje hard
om me te lachen. Ik begrijp niet waarom, want ik kan prima eten met stokjes. Ik hou ze dan wel
niet op de officiële manier vast, maar ik laat nooit wat vallen, dus wat zit die gast nou te
lachen? Even later zie ik dat er een stapel satehprikkertjes op mijn bord ligt voor de bean curd
blokjes. Aha.
Terug op de kamer gaat de telefoon. Het is ene Amy van DH Travel, de lokale agent die Tiara
Tours in Beijing gebruikt. Zij verontschuldigt zich voor onze lawaaierige kamer van de eerste
nacht en wil weten of wij nu wel of niet een transfer hadden naar het vliegveld zaterdag. Ik
spel mijn naam door de telefoon, die zij vervolgens uitspreekt als "Vermoeren" maar we staan
niet op haar lijst, dus we hebben geen transfer naar het schijnt. Ok, we zullen het eens
navragen bij Koryo tours, die onze reis naar Noord Korea regelt. Daar moeten we morgen toch
naartoe voor de visa.
|
|