Reisdata
vooraf
06-08-2005
07-08-2005
08-08-2005
09-08-2005
10-08-2005
11-08-2005
12-08-2005
13-08-2005
14-08-2005
15-08-2005
16-08-2005
17-08-2005
18-08-2005
19-08-2005
20-08-2005
21-08-2005
22-08-2005
23-08-2005
24-08-2005
25-08-2005
26-08-2005
27-08-2005
28-08-2005
29-08-2005
30-08-2005
31-08-2005
01-09-2005
02-09-2005
03-09-2005
04-09-2005
05-09-2005
weer thuis
|
Peking(eend)
Tegenover ons hotel zitten mensen op de grond vanalles te verkopen. Het is een soort minimarktje,
waar je sieraden, superlijm en miniscule schildpadjes kunt krijgen. De schildpadjes zijn er in
soorten en maten, de een nog kleiner dan de ander. Wij vermoeden dat ze ter consumptie verkocht
worden, niet als huisdieren. Er is ook een man die bedelt. Hij zit onder een paraplu tegen de zon
en heeft een klein jongetje bij zich, dat op zijn rug op de grond ligt zonder onderbroek. Het
kind is waarschijnlijk geestelijk en/of lichamelijk gehandicapt, het ziet er zielig uit.
Vrolijker is de man die twee puppies te koop heeft. Hij houdt er eentje in elke hand. Ik denk
dat deze niet voor de consumptie bestemd zijn, er lopen hier af en toe wel mensen op straat hun
honden uit te laten.
Sas en ik nemen de metro naar het legermuseum. Het is bepaald imposant, zoals dat een goed communistisch land betaamt.
Beneden is een grote hal, met tanks, straaljagers, een langeafstandsraket en twee auto's van Mao,
boven een uitgebreide collectie vuurwapens. Chinese vakantiefamilies drommen in grote getale
naar binnen. Kinderen worden opgesteld voor Mao 's auto's en gaan strak in de houding op de foto.
En dan nog een keer voor een vliegtuig, en dan nog een keer voor een tank, enzovoorts. Buiten
gaat het er speelser aan toe: voor 5 yuan mogen de kindertjes op een tank spelen en diverse
stukken wapentuig worden enthousiast beklommen.
Als we denken het meeste gezien te hebben blijkt er nog veel meer te zijn. De andere
verdiepingen zijn gewijd aan de geschiedenis van de oorloog, onder andere tegen Djengis Kahn.
Grappig, omdat we in Ulaan Baatar de andere kant van het verhaal hebben gezien. Ook staat er
een replica van enkele krijgers en paarden van het terra cotta leger van Xiang. Wow, dat
moeten we toch eens in het echt gaan bekijken! China, we'll be back!
|
 |
 |
 |
| Het legermuseum van Beijing |
|
Terug in het hotel gaan wij (voor de tweede keer) naar de front desk om te vragen of men de
internetaansluiting op onze kamer kan fixen. Het zou best leuk zijn om even email te lezen
tenslotte. Dat gaat ongeveer als volgt:
- the internet connection in our room does not work
- room number?
- 741
overleg in het Chinees
- you need to make a deposit
- we did that
overleg in het Chinees
- yes, it works now
- no it does not work
overleg in het Chinees
- ah, you need a cable
- we have a cable
overleg in het Chinees
- I will send some one up
In tegenstelling tot gister komt er nu inderdaad iemand naar boven, een mevrouw met een kabel.
Nu hebben we alles gister al getest met Eric's verbinding, dus we weten dat het niet aan de
kabel ligt, maar we proberen hem toch braaf. Het werkt niet. De dame verdwijnt. Nu komt er een
meneer naar boven. Hem krijgen we met behulp van enig Engels, veel glimlachen en diverse wijdse
armgebaren zo ver dat hij op zijn knieen op de grond gaat zitten en diepzinnig in de
ethernetsocket in de muur staart. Hij lijkt het probleem te begrijpen. De man staat op, loopt
de deur uit en begint te bellen in het kantoortje op de gang. Wij wachten af. We horen nog meer
bellen. Wij wachten verder af. Dan horen we hem niet meer. Wel belt er iemand van beneden. Of
we even de kabel er uit willen halen en weer er in willen doen. Sas legt uit dat we dat al
gedaan hebben, maar dat het niet helpt. De andere kant hangt op en laat niets meer van zich
horen. Na nog meer wachten besluiten we dat er vandaag niemand meer gaat komen en gaan naar
buiten. Ruim anderhalf uur vage communicatie heeft weinig resultaat opgeleverd.
In afwachting van onze eetafspraak met Eric doen we even een rondje in de andere shopping mall.
De mall is in een soort ovale vorm gebouwd. Buiten is het 30 graden, maar binnen kijk je vanaf
de winkelverdiepingen op de ijsbaan in het midden, waarop kinderen kunstschaatsles krijgen.
Meisjes in vrolijk gekleurde schaatspakjes draaien pirouettes alsof hun leven er vanaf hangt.
Er krabbelt ook een heel klein jongetje rond dat zo te zien vandaag voor het eerst schaatsen
aan heeft. Begeleiders in trainingspak geven aanwijzingen.
|
 |
 |
 |
| Winkelcentrum met ijsbaan in het midden |
|
Het winkelpersoneel is uiterst behulpzaam. Zodra je ergens iets te lang naar kijkt probeert
iemand je te helpen. Langzaamaan ontwikkel je daardoor als klant een soort ooghoekenstrategie:
vooral niet te lang met je blik blijven plakken. Het begrip "winkels kijken" is hier geen bekend
concept, geloof ik. Ook hier moet je, als je iets wilt aanschaffen, het halve winkelcentrum
doorkruisen om bij de kassa te komen. Ik begin me af te vragen of er wel eens klanten kwijt
raken. Dat iemand betaalt bij de kassa en dan de winkel van zijn aankoop niet meer terug kan
vinden ofzo. 't Zou zomaar kunnen… Zeker met mijn gevoel voor richting!
Ik laat mijn oog vallen op een paar rode sandalen en vraag om maat 39. Helaas lijkt de Chinese
maat 39 niet helemaal de onze te zijn en de schoenen zijn net een fractie te klein. Jammer, want
verder lopen ze fantastisch. De verkoopster meent dat het best kan, maar dat is vooral ingegeven
door het feit dat 39 de grootste maat is die men heeft. Als alternatief houdt ze me enthousiast
een spuuglelijk paar beige herenschoenen voor: deze zijn er wel in 40! Nou nee. Misschien als
het spontaan gaat vriezen straks.
Al winkelend maak je van die kleine grappige dingetjes mee. Dat Chinezen verbaasd zijn over
Sasja's lengte is niet zo vreemd. Maar de meest geschokte blikken komen van de zeldzame
Chinezen die zelf 1.90 meter zijn en opeens iemand zien die nog langer is! En als Sas in de
supermarkt bij het schap met cola staat komt er een winkelmeisje aan. Ze pakt hem bij zijn pols
en trekt hem mee naar het bier, vier schappen verderop. Om dan vervolgens trots te melden "Bier!"
Buitenlanders willen bier tenslotte. Toch? Dat Sas alleen maar cola wil is wel een beetje een
teleurstelling.
Eric wil graag Pekingeend eten nu we in Peking zijn en heeft daartoe een goed restaurant op het
oog. We nemen de metro naar het Tiananmenplein. Normaal krijg je een klein op dun papier gedrukt
metrokaartje, maar nu krijgen we opeens een soort flyer in vierkleurendruk, met reklame voor
iets Chinees dat we niet kunnen lezen. Wow, de commercie rukt op. Zoiets heb ik in geen enkel
land nog ooit gezien. Ook in de metro ontbreekt het trouwens niet aan reklame. Afgezien van de
grote billboards op de stations, zoals wij die ook hebben en de kleinere reklameposters in de
metro zelf, zijn hier zelfs de doorzichtige plastic handgrepen die aan het plafond bungelen van
reklame voorzien. Het lijkt wel of je hier voortdurend drie volstrekt verschillende
tijdsperiodes door elkaar heen tegenkomt: de oude tijd van de draken, pagodes en Chinese
keizers, de communistische tijd met de brede wegen, grote gebouwen en monumenten en de nieuwe
commerciele tijd met fast food, westerse merken, winkelcentra en reklameborden.
|
 |
| Tian An Men plein 's avonds |
|
Het Tiananmenplein is erg mooi in het donker. Mao's mausoleum en alle andere monumenten zijn
fraai uitgelicht. Het beoogde restaurant blijkt dicht. Een paar andere toeristen staan wat
verdwaasd voor de deur, net als wij. Een medewerker komt naar buiten en vertelt dat dezelfde
eigenaar nog een restaurant hier in de buurt heeft, dat nog wel open is. Hij legt ons uit hoe
we er moeten komen, en als we er bijna zijn blijkt dat hij ons toch nog even is gevolgd om de
juiste deur aan te wijzen.
Uiteraard bestellen we alledrie de pekingeend en die smaakt prima. Pekingeend is een soort
bouwdoos. Je haalt wat plakjes eend door de saus, legt ze op een dun pannekoekje, doet er
komkommer en/of een soort bieslook op, rolt het hele verhaal op. Ik probeer dit zoveel mogelijk
met stokjes te doen om geen vieze sausvingers te krijgen, maar dat vergt wel enige oefening. Er
wordt nog extra groente bij geserveerd, die we allemaal niet op krijgen omdat het veel te veel
is. Als we halverwege de schaal met plakjes eend zijn komen er opeens drie kommen soep aan. In
een waterige substantie liggen lichtbruine brokken van onduidelijke herkomst. Eric vindt het
echter volstrekt logisch: het zijn de botten van de eend. Pardon? Ja, bij pekingeend krijg je
de hele eend geserveerd. Als het vlees er af is wordt er soep gekookt van de botten. Eric
slurpt de soep smakelijk op, maar ik vind het wel mooi geweest. Ik ben niet zo'n fan van soep.
En niet van botten.
We zijn al wat later op de avond en het is vrij rustig in het restaurant. Het zoontje van de
eigenaar rijdt op zijn rolschaatsen rondjes door de zaal. Hij heeft een knalgeel helmpje op en
scheurt zo hard mogelijk door de bochten over de gladde granieten vloer.
|
 |
 |
 |
| Kleine straatjes vol winkeltjes die vanalles verkopen |
Peking Duck Restaurant |
|
Na het eten kuieren we wat door kleine straatjes vol stalletjes koopwaar. Als toerist ben je
natuurlijk een wandelende portomonee, dus iedereen spreekt ons aan of we iets willen kopen.
Maar het is niet vervelend, iedereen is vriendelijk en goedgehumeurd, wij ook. Wij lachen
gewoon breed, schudden nee en lopen door als we niks willen. Maar soms wil je wel iets, en ik
wil even kijken naar een Chinees hesje. De verkoopster wil de prijs pas vertellen als ik een
keus heb gemaakt welk hesje het moet worden. Daarna dient er te worden afgedongen. Dat gaat dan
ongeveer als volgt:
Je vraagt de prijs. Die wordt in yuan ingetikt op een rekenmachine. Zo is er in elk geval geen
taalmisverstand mogelijk. De eerste vraagprijs is natuurlijk veel te hoog, dus je tikt als
klant je tegenvoorstel in op de rekenmachine. Dan volgt onvermijdelijk de eerste, zogenaamd
zwaar geschokte reaktie. Waat? Zooo weinig?!!!!! Grote ogen, open mond, uitdrukking van
ongeloof, alles er op en er aan. Afijn, de verkoper doet er wat af, de klant doet er wat bij en
na een tijdje kom je ergens in het midden uit en wordt de koop gesloten. Voor ons is het even
wennen. In het begin betaal je uiteraard veel meer dan nodig, maar daar ben je natuurlijk
toerist voor. Goede taktieken zijn gewoon nog veel lager beginnen met je eerste bod of net doen
of je wegloopt. Dan kan er opeens veel meer, zo blijkt. Het is gedoe, maar ook wel weer grappig.
|
|