Reisdata

vooraf
06-08-2005
07-08-2005
08-08-2005
09-08-2005
10-08-2005
11-08-2005
12-08-2005
13-08-2005
14-08-2005
15-08-2005
16-08-2005
17-08-2005
18-08-2005
19-08-2005
20-08-2005
21-08-2005
22-08-2005
23-08-2005
24-08-2005
25-08-2005
26-08-2005
27-08-2005
28-08-2005
29-08-2005
30-08-2005
31-08-2005
01-09-2005
02-09-2005
03-09-2005
04-09-2005
05-09-2005
weer thuis


Mongolië!

De wekker gaat veel te vroeg, want we zullen om 7 uur 's morgens aankomen in Ulaan Baatar. We hebben slecht en veel te weinig geslapen. Ik neem alles terug wat ik heb gezegd over heerlijk slapen in een rijdende trein. Het was beroerd. Vanuit de trein kijken we slaperig en gaar naar het heuvelachtige groene Mongoolse landschap, dat precies lijkt op de foto's van het land. Dan word ik een wit stipje gewaar: een ger! Een echte! Koel, dit belooft heel leuk te worden. Het aanvankelijk ontzettend lege landschap maakt plaats voor huisjes en lelijke industriegebeiden. We zien de buitenwijken van Ulaan Baatar door het raam voorbij glijden. De informatie van Tiara Tours waarschuwt voor zakkenrollers in de drukte van het station, maar het is vrij rustig als we aankomen. Met een busje worden wij en de twee Nederlanders die we in Irkutsk tegen kwamen naar het hotel gebracht. In de lobby moeten we even wachten, want onze kamers zijn nog niet klaar. Over een uur kunnen we er in. De andere Nederlanders vragen een kaart van de stad. Ze hebben het laatste exemplaar, dus wij volstaan met het goed bestuderen van hun kaart om ons een beeld te vormen van wat waar is. Het ziet er niet erg ingewikkeld uit. Ulaan Baatar heeft ongeveer 800.000 inwoners, net zoveel als Amsterdam. Dat moet te doen zijn. Als onze kamer na anderhalf uur nog niet klaar is stallen we de bagage tijdelijk bij het hotel, wisselen geld bij de front desk en gaan de buurt bekijken. We kopen wat water en frisdrank en drinken dat op een muurtje gezeten op, terwijl we de verrichtingen van een politieagent gadeslaan die de ene na de andere auto aanhoudt en boetes int. Iedereen lijkt wel iets misdaan te hebben, maar wat precies is ons onduidelijk.

Rainbow Bridge Hotel Mozaiek in de omgeving

Als we tegen 10 uur terug komen zijn de kamers klaar. Sas en ik krijgen een suite: wat een ruimte! Dat is wel een verademing na al die krappe treincoupe's en kleine hotelkamers. Hier kun je gewoon je tas op de grond leeggooien en om de inhoud heen lopen in plaats van er je nek over breken. Na een halfwarme maar verkwikkende douche gaan we de stad in. Ons reisdoel is het legermuseum. Ik heb op de kaart gezien dat het wel een flink eind lopen is, en dat klopt. Het is een kilometer of 4 a 5, maar omdat we onderweg voortdurend stoppen om foto's te maken doen we er bijna twee uur over. We komen langs een postkantoor en besluiten een postzegel voor Eric te kopen, die in het hotel zijn slaap aan het inhalen is. Hij post vanuit elk land dat hij aandoet een ansichtkaart voor zijn vriend Dave (aan diens vriendin) en op die manier voorkomen we alvast de volgende gezamenlijke expeditie naar een postkantoor om 9 uur 's avonds. Bij het loket hangen verschillende uitgaves van Mongoolse postzegels aangeplakt. Er zijn Mongoolse dieren, traditionele kostuums, ruimtevaart etcetera. Wij kopen een aantal velletjes als souvenirs en kadootjes. De dame achter de toonbank spreekt een beetje Russisch en zo weten we ons verstaanbaar te maken. Ze geeft ons een stapel vellen om door te bladeren en uit te zoeken. Als we wijzen op een vel dat er niet bij zit maar wel achter het glas hangt komt ze kijken aan onze kant van het glas. Ze opent een luikje en kruipt onder de toonbank door om bij ons te komen. Als we uiteindelijk met 20.000 Tugrug betalen moet het arme mens zich alweer onder de toonbank door wringen om elders wisselgeld te halen.

We komen uit bij de achterkant van het legermuseum. Het ligt al aardig in een buitenwijk, en tussen de houzen en lage flats staan gers, met auto's en satelietschotels er naast, een eigenaardig gezicht. Mensen uit de omgeving nemen een shortcut via het museumterrein door onder een kapot hekje door te kruipen, dus doen wij dat ook. Er staan wat oude kanonnen en er ligt een enorme betonconstructie die ooit een fraaie fontijn was in sovjetstijl, maar nu overwoekerd wordt door onkruid. Bij de ingang blijkt dat het museum met middagpauze is. Over een half uur gaat het weer open. Aangezien de deur open staat nemen we toch maar een kijkje binnen. Het loket is dicht, maar er komt een oudere man in camouflageuniform aan die ons gebaart te gaan zitten en hard iets naar buiten roept. Daarop zien we een man uit een nabijgelegen ger komen hollen. Wij denken dat hij voor ons komt, maar hij rent verder. Dan komt er nog een man aanhollen. Drie, om mysterieuze redenen hollende, mannen later komt er een meisje aanlopen dat wel voor ons komt. Wij mogen naar binnen voor 1 dollar per persoon.

Het legermuseum De achterkant En het hek

Het meisje gaat ons voor en haalt de deur van de linkervleugel van het slot. Die vleugel is gewijd aan oorlogvoering in de tijd van Djengis Kahn. Er hangen kaarten van de omvang en grenzen van het Mongoolse rijk in de loop der tijden, waarop met pijlen is aangegeven wie wie binnenviel. De Chinese muur staat ook op de kaarten en het is duidelijk te zien dat de "wilde horden" zich daardoor niet lieten tegenhouden. Sas wil graag fotograferen, maar er hangt een prijskaartje aan. Na een aanvankelijk "nee" komt het meisje terug met een blaadje waarop in krom Engels de tarieven vermeld staan. Er zijn verschillende tarieven, voor "one", "two" of "many object". Ook lijkt nog de mogelijkheid te bestaan om een object uit zijn vitrine te laten halen, maar daar beginnen we maar niet aan. Sas besluit voor de optie "many picture" te gaan, ook al is die, zelfs voor onze begrippen, nogal prijzig. Zo te zien kan het museum een beetje extra geld wel goed gebruiken. Om de vloer te repareren bijvoorbeeld, waar een flink gat in zit. Doen we nog iets voor de Mongoolse cultuur. Voor elke betaalde dollar (of in ons geval 1000 tugrug) krijgt Sas een bonnetje dat netjes wordt doorgescheurd. Met een stapel bonnetjes op zak mag hij aan de slag. We proberen de historie van Djengis en zijn opvolgers zo goed mogelijk te begrijpen, ook al is vrijwel alle tekst in het Mongools gesteld. Ik kan weliswaar het Cyrillisch schrift lezen dat hier gebruikt wordt, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Op een enkel Russisch leenwoord na is er voor ons geen touw aan de Mongoolse taal vast te knopen. Ondertussen worden we nauwlettend gadegeslagen door het supoostmeisje, dat af en toe ongemakkelijk dicht naast ons komt staan en daarbij hard op haar kauwgum smakt. Er zijn nog twee Mongoolse bezoekers en verder is het doodstil, op haar gesmak na.

Als we alles bekeken en gefotografeerd hebben gaat het meisje ons weer voor. De deur wordt zorgvuldig op slot gedaan en de B-vleugel gaat open. Fotograferen is niet toegestaan. Of jawel, maar dan moet er opnieuw betaald worden. Sas baalt, want hier staan de modernere dingen. Die vindt hij een stuk interessanter dan Djengis, hoezeer de Mongolen hem ook mogen vereren. Een keer betalen is leuk, maar er zijn grenzen, dus de fototas blijft dicht, zij het knarsetandend. Het suppoostmeisje gaat zitten kletsen met een collega. Hoewel wij er uiteraard geen woord van verstaan voeren ze hun conversatie toch op fluistertoon, want het is natuurlijk wel een museum. Als we halverwege de zaal zijn komt ze naar ons toe: voor 5 dollar mag Sas hier ook zoveel foto's maken als hij wil. We voelen ons een beetje genaaid, maar besluiten na enig overleg het toch maar te doen. Deze keer geen bonnetjes. Misschien is dit een persoonlijke bijverdienste voor onze vrolijke suppoosten.

Transport van een ger Belegering Chinese Muur Communistische poster

We verlaten het museum weer via het kapotte hek aan de achterkant. We hebben ondertussen flink trek gekregen en kopen wat brood en water in een klein winkeltje vlakbij. Net als in Rusland hebben de meeste winkeliers hier een rekenmachnie waarop ze het bedrag laten zien dat je moet betalen. Wij reken 1000 tugrug voor 1 dollar, hoewel we een iets betere koers hebben gekregen bij het wisselen. Maar het rekent wel zo makkelijk met al die nullen hier en veel Mongolen doen het net zo. We gaan met onze aankopen op een bankje zitten in een plantsoentje. Mensen nemen ons nieuwsgierig op. We zijn duidelijk weer een stapje hoger op de schaal van aanstaren, vergeleken bij Rusland. Een paar kindertjes spelen op klimtoestellen die bij nadere beschouwing fitnessapparaten blijken te zijn. Er is een soort loopapparaat en een ding voor de beenspieren. Past helemaal in het communistische gedachtengoed. Wij vinden het wel wat.

We hebben afgespoken Eric "early afternoon" te bellen op zijn hotelkamer, maar dit kan alleen vanaf onze eigen kamer, omdat Vodafone kennelijk geen roaming agreements heeft in Mongolie en onze GSM's dus niet werken, behalve dan als klok. We zien dat het al best laat is en beginnen aan de terugweg, want het is een flink eind lopen. Onderweg komen we langs het worstelpaleis. We zouden graag een wedstrijd willen zien, maar er hangt niets aangeplakt over data en tijden. Dan maar naar binnen. In de hal komt er iemand op ons af lopen. Hij spreekt geen Engels maar wel een beetje Russisch, dus wij vragen vriendelijk "is er hier vanavond.." en maken worstelgebaren. Nee, dat is er niet, en morgen ook niet. Volgende week pas weer. Jammer! Dat leek ons nou echt leuk, Mongools worstelen zien in Ulaan Baatar.

Bij het hotel aangekomen is Eric licht ontstemd dat we niet gebeld hebben. We hadden toch in een telefooncel kunnen bellen? Dat is het nou net: we hebben nergens een telefooncel gezien. Wat we wel gezien hebben zijn menselijke telefooncellen. Langs de grote wegen zitten bosjes mensen langs de weg met een telefoon op schoot. Die huren ze van de telefoonmaatschappij, zo horen we later, en daarop kunnen voorbijgangers bellen voor 100 tugrug per minuut. Of per gesprek. Ofzo. In elk geval iets met 100 of 150 tugrug. We weten het nummer van het hotel niet, we betwijfelen of je er een buitenlandse gsm mee kunt bellen en we weten al helemaal niet hoe je deze vragen moet stellen in het Mongools. Een flesje water kopen gaat nog net, maar verder... we lopen dus maar gewoon door en proberen onderweg niet al te veel foto's te maken om niet nog later te komen.

Lenin Het volkslied Sukhe Baatar

Die avond gaan we met zijn drieen naar een voorstelling van traditionele Mongoolse zang, dans en muziek. Onderweg naar het theater probeert Eric Todd te bellen, die in Ulaan Baatar woont. Todd is een Canadees die op het Canadese consulaat werkt en iets doet met ontwikkelingsprojecten in Mongolie. Hij is een luisteraar van Eric's radiosprogramma's Off the Wall en Off the Hook en heeft meteen email gestuurd toen hij hoorde dat Eric Ulaan Baatar zou aandoen. Het bellen mislukt, maar als we het plein voor het theater oplopen, worden we opeens aangesproken. Todd gaat toevallig net naar een restaurant in de buurt dat van een vriend van hem is. Hij herkent Eric (die dat erg bizar vindt) en blijkt Sasja en mij eerder die dag al in de stad te hebben gezien. Ulaan Baatar is niet zo heel groot en je valt er als niet-Mongool nogal op. Dat hadden we al gemerkt, ja. We spreken af om na de voorstelling naar het restaurant te komen.

De voorstelling is erg de moeite waard. Er wordt gespeeld op tradiotionele instrumenten en gedanst in kleurige traditionele kostuums. De Mongoolse zang is erg mooi, je hoort het als het ware over de verlaten steppen schallen. Hoogtepunt is een bekende Mongoolse keelzanger die een demonstratie geeft van zijn kunnen. Het is een heel bizar geluid. De stembaden worden op een rare manier in trilling gebracht, vanuit maag, middenrif of keel (als ik het goed begrijp). Voor ons klinkt het vooral als een vreemd brommend geluid, maar er zitten wel degelijk woorden in de liederen. Het tofst vond ik het hoge gezang, waaarbij een soort fluittoon wordt geproduceerd en het net lijkt of er twee mensen aan het zingen zijn.

Het theater waar de voorstelling is

Todd wacht op ons in de Taj Mahal, het Indiase restaurant van zijn vriend Bubu. Er zijn iets van vier Indiase restaurants in Ulaan Baatar, waarvan er drie begonnen zijn door oud-personeel van het eerste restaurant, die ruzie kregen met de eigenaresse daarvan. Niet dat er nu een grote Indiaase gemaanschap is in Ulaan Baatar, in tegendeel. Er wonen hooguit 20 tot 30 Indiers, die bijna allemaal werken bij een restaurant. Todd woont al vijf jaar in Ulaan Baatar, maar heeft er ondertussen wel genoeg van. Echt lekker eten is schaars, de taal blijft lastig en na 5 jaar wil hij wel eens terug naar huis. Zijn vrouw is Mongoolse, maar zij is al eens in Canada geweest en vond het een prima land. Later horen we dat mensen nogal eens discriminerende opmerkingen kunnen maken als je met een buitenlander getrouwd bent en dat is natuurlijk ook niet zo prettig.

Het is maakt uitstekend en na een uitgebreide maaltijd moeten we ongeveer 10 euro per persoon afrekenen. Naarmate we verder weg van huis raken wordt het leven steeds goedkoper. De gemiddelde levensstandaard is niet hoog in Mongolie, maar er is net als in Rusland wel een elite van 'nieuwe rijken' die dure kleren dragen en in dikke auto's rijden. Er komen dus niet alleen westerlingen hier eten.

Eric wil zijn email checken vanaf zijn laptop, dus we gaan op zoek naar een internetcafe waar dat kan. Dat kan echter nergens. Het hotel heeft Eric geadviseerd een 'internetcard' te kopen, een soort telefoonkaart, maar dan om mee te internetten. Maar die blijkt ook nergens te koop op dit tijdstip. Sas en ik gan uiteindelijk naar het hotel, terwijl Todd en Eric nog een paar tevergeefse bezoeken aan internetcafe's afleggen.

Op de hotelkamer herinner ik me dat we niet weten hoelaat het ontbijt is. Ik loop naar beneden om het aan de front desk te vragen. als ik mijn kamernummer noem zegt ze "Your husband, already ask". Ik kan me hier niets bij voorstellen, want Sas zei 30 seconden geleden echt nog dat hij van niks wist. Het blijkt dat de receptie naar onze kamer heeft gebeld precies toen ik in de lift naar beneden stond. Onze kamersleutels hebben een chip, dus ze hebben vast gezien dat we terug gekomen zijn. We hebben om 10 uur afgesproken, lekker relaxte tijd. We wisten niet dat je een afspraak moest maken, maar nu is alles dus duidelijk.