Reisdata

vooraf
06-08-2005
07-08-2005
08-08-2005
09-08-2005
10-08-2005
11-08-2005
12-08-2005
13-08-2005
14-08-2005
15-08-2005
16-08-2005
17-08-2005
18-08-2005
19-08-2005
20-08-2005
21-08-2005
22-08-2005
23-08-2005
24-08-2005
25-08-2005
26-08-2005
27-08-2005
28-08-2005
29-08-2005
30-08-2005
31-08-2005
01-09-2005
02-09-2005
03-09-2005
04-09-2005
05-09-2005
weer thuis


Irkutsk

Als we aankomen in een grauw en regenachtig Irkutsk staan onze "transfers" al aan het eind van het perron op ons te wachten. Zelf moeten we met volle bepakking een enorme stap omlaag doen en een stuk door het grind waden omdat ook hier het perron niet tot aan rijtuig 14 reikt. We worden naar ons hotel gebracht in een busje met chauffeur, door twee hippe jonge meiden van wie er een een beetje Engels spreekt en de ander een jasje aanheeft met "US Army" er op. Er komt nog wel in het Engels uit hoelaat we maandagochtend weer naar de trein worden gebracht, maar het grootste deel van de conversatie gaat uiteindelijk in het Russisch. Ze zijn wel aardig, maar weten zich niet goed raad met de situatie en ze doen duidelijk hun best zo snel mogelijk van ons af te zijn. Voor informatie over excursies naar het Baikalmeer worden we verwezen naar de hotelreceptie, die later van niets blijkt te weten. Eric bezweert later dat hij een conversatie met ze heeft gevoerd in het Engels toen Sas en ik nog bezig waren uit de trein te klimmen, maar ik kan het me nauwelijks voorstellen. Een van de raadselen van Irkutsk.

Zo nieuw en glimmend als de lobby van het hotel is, zo oud en versleten is de kamer. Op zich is ie niet slecht, maar de staat van het tapijt toont duidelijk waar de afgelopen jaren wel en niet is gelopen, en scheuren in het behang zijn gerepareerd door er stukken behang met een ander motiefje tegenaan te plakken. De badkamer kan ook wel een opfrisser gebruiken. Afgezien van de reguliere vochtproblemen als zwarte voegen en het weer in de spiegel, is het plafond zo laag dat Sas er met zijn twee meter amper onder past. Als ik onder de douche ga staan sta ik zelf bijna klem met mijn hoofd tegen het plafond. Het verbaast dan ook niet dat een van de plafondplaten scheef omhoog ligt. Er heeft vast een keer iemand van 1 meter 80 staand proberen te douchen. Natuurlijk moet je niet meteen als een verwende westerling gaan zitten zeiken over een hotelkamer in Siberie, maar slaapgebrek maakt geirriteerd dus ik doe het toch. Besteed dan wat minder geld aan die protserige lobby, en wek wat minder valse verwachtingen, denk ik dan.

Het allerbelangrijkste is gelukkig wel in overvloed aanwezig: warm water! De ruim bemeten waterdruk maakt ook een zitdouche tot een heerlijk shampoofeest. Voor het eerst in vijf dagen een warme douche! Dit is nu westerse luxe. Vergeet Mercedes, vergeet Ferrari, een schoon toilet en een warme douche, dat zijn de echte luxes in het leven.

Het topstuk van de kamer is het een oude Chinese tv-kast, die dienst doet als nachtkastje. Ik denk tenminste dat het een tv-kast is, want alle opschriften zijn in het Chinees dus die kan ik niet lezen. Het kastje bezit een paneel met twee grote volumeknoppen die niets doen en zes kleinere knoppen met symbooltjes erbij, die ook niets doen.

Het uitzicht Het geheimzinnige kastje Het weer in de spiegel

Wij hebben twee bonnen gekregen voor het ontbijt. De ontbijtzaal bevindt zich op kruipafstand van onze kamer. Het is een wat krap bemeten ruimte, waar in een mierennest van mensen zich chaotisch en luidruchtig tetterend door elkaar heen beweegt. Sas vertrekt zo snel mogelijk weer naar de hotelkamer en ik zet mijn bril af om de drukte langs me heen te laten gaan terwijl ik mijn kopje thee leegdrink.

's Middags gaan we de stad in, op zoek naar een internetcafe. Eric moet Off The Wall uploaden zodat het dinsdag uitgezonden kan worden. Hij heeft van te voren een Russische vriend uit New York naar dit café laten bellen om te vragen of het mogelijk is met zijn laptop het wireless netwerk te gebruiken. Dat zou inderdaad moeten kunnen, maar ter plaatse gekomen blijkt dat het niet wil lukken. Eric krijgt, ondanks verwoede maar onduidelijke pogingen van de systeembeheerder aldaar, geen verbinding met het wireless netwerk.

Sas en ik checken ondertussen onze mail. De twee pc's naast ons worden bezet door een Nederlands stel dat een reisverslag aan het schrijven is voor het thuisfront en erg zijn best doet om ons te negeren. Apart, da's weer wat anders dan de starende blikken van de Russen. Wat verwacht je nou in een willekeurig internetcafe in augustus, dat je de enige buitenlander bent? Maar goed, wij zijn niet te beroerd om mee te werken en doen braaf of we ze niet zien. Vervolgens komen de bekende vier Italianen binnen stuiven. Ze lopen wat chaotische rondjes door het cafe, tetteren druk door elkaar heen en zijn opeens weer verdwenen. Rare jongen die Romeinen. :)

De kennelijk niet zo heel erg ter zake kundige systeembeheerder is nog geen steek opgeschoten met Eric's probleem, dus Sas komt met alternatieven. De USB-stick met de file er op past niet op de aanwezige pc's. Een kabeltje naar het ethernet is niet toegestaan. Een cdtje branden dan maar, om via een van de internet pc's te kunnen uploaden? Jazeker, dat kan. De beheerder hangt de USB-stick aan zijn eigen pc en brandt een cd. Hij overhandigt de cd aan Eric en vraagt op welke pc hij de file moet zetten zodat Eric 'm kan uploaden. Huh? Dat zouden we toch vanaf cd doen? Maar nee: er kunnen geen cd's in de internet-pc's. Aha. We kiezen computer 8 en Sas en Eric installeren zich ervoor, op zoek naar de file en een ftp programma. Opeens is de file verdwenen. Wat nu? De beheerder kijkt bedachtzaam: er is iets misgegaan, ik zet m nu op computer nummer 9 voor je. Eigenaardig maar waar. De heren schuiven een stoeltje op, lokaliseren de file en starten de upload.

Het Internetcafe aan de Ulitsa Lenina

Sas en ik laten Eric even aan zijn lot en zijn mailbox over, en gaan de stad bekijken. Het is kil, grijs, nat en windering, maar wij beginnen optimistisch met foto's maken, zoals het echte toeristen betaamt. Al lopend komen we mooie oude panden tegen, leuke poortjes en grappige kleine rode trammetjes. Opeens zien we een kerkje op een heuvel staan. Het is fris rood met wit geschilderd en heeft groene en blauwe torens met gouden kruisen er op. Het ziet er bijna eetbaar uit in die vrolijke kleuren. We lopen er omheen en nemen van alle kanten foto's.

Dan dwalen we verder door de buurt en komen door allerhande straten met de oude houten huizen waar Irkutsk om bekend staat. Het is echt prachtig rustiek en romantisch. Wel het soort romantiek waarschijnlijk waar je 's winters niet in wilt wonen, maar da's weer een ander verhaal. Je hebt hier echt niet het idee dat je door een stad loopt, waar twee straten verderop de auto's zich met bij ons illegale snelheden over de brede boulevards bewegen. Veel huizen zijn van ongeverfd donkerbruin hout, met wit, groen of helderblauw geschilderde kozijnen die vrolijk afsteken bij de donkere muren. Vaak zijn kozijnen, deurposten en dakranden versierd met prachtig houtsnijwerk. Sommige huizen zijn wel geschilderd, bijna altijd in bruinachtig of "sovjetgroen" dat ondertussen flink is afgebladderd. In heel Rusland zie je een paar kleuren steeds terugkomen: mintgroen, geel en lichtblauw. Deze kleuren werden vroeger kennelijk in grote hoeveelheden gemaakt. Van Moskou tot Irkutsk tot Tbilisi, overal kom je mintgroene huizen, bankjes etcetera tegen. Een andere populaire kleur is legergroen. Deze verf wordt/werd op grote schaal van het leger gestolen en soms aangelengd met wit om het wat lichter te maken.

Russisch orthodox kerkje in Irkutsk
Straat met houten huizen Blauwe kozijnen Afdakje boven de voordeur

Door de regen zijn er veel plassen ontstaan in de alles behalve gladde stoepen en wegen. Om de straat over te steken moet je soms een flinke omweg maken om geen natte voeten te krijgen en het is beslist raadzaam niet te dicht langs de stoeprand te lopen, om een onvrijwillige douche door voorbijscheurende auto's te vermijden. In een plantsoen aan de Ulitsa Lenina treffen we de naamgever van deze straat op zijn sokkel aan. Hij staat met een arm in de lucht, wat me doet denken aan het enige overgebleven Leninbeeld dat we in 2001 zagen in Moskou. Volgens onze reisleidster Tika noemde de Moskovieten dat "Lenin houdt een taxi aan".

We plukken Eric weer uit het Internetcafe en gaan naar het naastgelegen pizzatentje dat "Domino" heet. Niet dat het iets te maken heeft met de bekende "Domino's Pizza"-keten, maar de eigenaar vond het waarschijnlijk een geschikte naam die meteen aan pizza doet denken. Het is een soort fast food tent: de gerechten staan op borden boven de toonbank, net als bij Mac Donalds etc. Als wij een tijdje het menu staan te ontcijferen roept het meisje van de kassa ons en overhandigt een Engels menu. Dat leest een stuk makkelijker. Want ook al kun je aardig een kopje thee bestellen in het Russisch, namen van ingredienten toch weer iets heel anders. Behalve pizza en friet serveert Domino ook traditionelere dingen zolas blintsjikis, pannekoekjes met allerhande vulling, van jam tot kaas en vlees. Het tentje zit vol met jeugd, die hier de zaterdagavond begint met pizza en halve liters bier. Naast de deur zit een bewaker in soldatenuniform, waaronder hij nette zwarte instapschoenen draagt.

In het donker lopen de Ulitsa Karla Marksa (Karl Marxstraat) af, naar het water. Irkutsk heeft, naast houten huizen, ook heel wat mooie statige stenen gebouwen. Jammer dat we hier maar twee dagen zijn, want je kunt er makkelijk veel meer tijd doorbrengen. Ik vind de sfeer relaxed, ook al worden we natuurlijk weer uitgebreid aangegaapt door de plaatselijke bevolking. Maarja, dat hoort er nu eenmaal bij. Kunnen we vast een beetje wennen voor Mongolië en China, waar we er tenminste echt anders uitzien dan de locals.

Irkutsk bij nacht Standbeeld van Alexander III

Terug in het hotel lopen we naar de lobby om onze paspoorten op te halen die weer tijdelijk waren ingenomen voor de registratieprocedure. Dit hotel springt al net zo zorgvuldig met de documenten om als dat in Jekaterinaburg, alleen hebben ze hier niet drie, maar een stuk of 30 paspoorten achter de balie liggen. "Zijn dit ze?" Ik krijg twee Nederlandse paspoorten overhandigd, die met een elastiekje aan elkaar zitten. Als ik ze open kijk in in de pasfotogezichten van twee wildvreemde Nederlanders die in ook in het hotel verblijven. Uh, nee dus. Onze paspoorten duiken vrij snel op, maar dat van Eric wordt niet gevonden. "Amerikaans paspoort" proberen wij en "zwart of donkerblauw". Daarop wordt een donkerblauw Zweeds paspoort uit een stapel rode EU-paspoorten getrokken. "Is dit hem?" Na een kwartier zoeken, waarbij de dames van de front desk in alle laatjes en stapels hebben gekeken en ons drie keer hetzelfde Zweedse paspoort hebben aangeboden, is Erics reisdocument nog steeds niet terecht.

Eric kan er ondertussen niet meer de humor van inzien. Vooral niet als de dames hem vertellen dat ze het ook niet weten en dat hij morgenochtend nog maar eens moet vragen, als degene die ons vanochtend heeft ingechecked weer terug is. Echt, het is totaal onvindbaar, bezweren ze hem.

We gaan naar onze kamer en bestuderen de papieren van Tiara Tours. Er is een mobiel noodnummer dat 24 uur per dag bereikbaar is voor reizigers. Nadat ik op het gewone nummer van Tiara Tours een antwoordapparaat aan de lijn krijg, besluiten we het noodnummer toch maar te bellen. Beter nu dan morgenochtend, want nu is het nog vier uur 's middags in Nederland. We lopen ondertussen 5 uur voor op Moskou, dus het is hier zeven uur later dan in Nederland. Na enkele mislukte pogingen (network busy) krijg ik de heer Schiphorst van Tiara Tours aan de lijn. Ik leg uit dat er morgen misschien wel of misschien niet een probleem is met Eric's paspoort (dat ligt er aan of ze het alsnog gaan vinden), maar vraag vast advies voor als het niet terecht komt. Het is morgen namelijk zondag, en we vertrekken maandag al met de trein van 6 uur 's morgens naar Mongolië. De heer Schiphorst denkt dat het paspoort misschien nog bij de politie ligt en niet mee terug gekomen is na het checken van de visa-gegevens. Volgens hem is er nog nooit een paspoort echt kwijt geraakt. Hij adviseert morgen nogmaals te gaan vragen en als het dan nog weg is, direct aangifte te doen bij de politie.

Met dit verhaal ga ik naar Eric en stel voor om iets te gaan drinken om zijn zenuwen te kalmeren. We gaan eerst nog maar langs de front desk en vragen of er al nieuws is. Nee, dat is er niet: morgen terugkomen. Dan posteren we ons demonstratief in de bar in de lobby, duidelijk in het zicht van de front desk, zodat we ze beschuldigend kunnen aanstaren. Dat helpt. De beide dames beginnen wederom koortsachtig te zoeken op dezelfde plaatsen die ze al honderd keer bekeken hebben. Eric bestelt een dubbele wodka om zijn verdriet te verdrinken en net als hij het glas heft voor de eerste slok wordt er gezwaaid vanaf de balie: het paspoort is gevonden! De troostdronk wordt zo een feestdronk en we proosten uitgebreid op het hervonden reisdocument.

De bar van Hotel Angara

Als de wodka op is besluiten we de front desk nog een keer lastig te vallen door vriendelijk te vragen of ze informatie hebben over tours naar het Baikalmeer. De dames van onze transfer hadden ons immers daarheen verwezen. Dat bleek echter meer een manier om van ons af te komen, want de front desk heeft geen flauw idee. "Er gaat een bus vanaf het busstation, maar ik weet niet hoelaat" is het enige dat we te horen krijgen. En dat we ook een taxi kunnen nemen. Vervolgens trekt ze een gezicht dat duidelik uitstraalt "ik ben geen toeristenburo", waarop wij maar beleefd bedankt zeggen en vertrekken.

Nu het paspoort terecht is gaan we met een gerust hart naar bed, in onze nachtrust alleen gestoord wordend door een baklucht uit het restaurant op onze verdieping, dronken jeugd die hevig met de deuren slaat en de oorverdovende muziek uit het casino twee verdiepingen lager. Behalve de bassen die door de vloer dreunen is ook de zanglijn hoorbaar en ik meen zelfs een paar nummers te herkennen. Onze waardering voor hotel Angara is nu echt flink beneden NAP.