Reisdata

vooraf
06-08-2005
07-08-2005
08-08-2005
09-08-2005
10-08-2005
11-08-2005
12-08-2005
13-08-2005
14-08-2005
15-08-2005
16-08-2005
17-08-2005
18-08-2005
19-08-2005
20-08-2005
21-08-2005
22-08-2005
23-08-2005
24-08-2005
25-08-2005
26-08-2005
27-08-2005
28-08-2005
29-08-2005
30-08-2005
31-08-2005
01-09-2005
02-09-2005
03-09-2005
04-09-2005
05-09-2005
weer thuis


Van Pjongjang naar Beijing

Na het laatste ontbijt in Restaurant #1 begeven we ons met onze bagage naar beneden waar busje al trouw voor de deur op ons te wachten staat. Mr Kim geeft onze paspoorten terug. Ohja, da's waar, die hebben we nodig straks. Zo'n weekje "all in" rondgereden worden tast wel een beetje het zelfstandig denkvermogen aan wat betreft dit soort praktische zaken.

Een laatste blik over Pjongjang vanaf de 33e verdieping

Voor het station zien we nog net kans om Mr O de envelop met fooi en de plastic zakken met giften te overhandigen. We hebben er de hele week mee rondgesjouwd, omdat we maar steeds niet wisten wat nou het juiste moment was om het te overhandigen. Op aanraden van Simon hebben we wat dingetjes gekocht die hier niet te krijgen zijn, zoals oploskoffie, limonadepoeder met vitamine C en Marlboro sigaretten. Sas heeft ook zijn overdosis Cup-a-Soup verdeeld over de drie tasjes. Ik heb gisteravond erg mijn best gedaan om in engiszins leesbare Koreaanse karakters "bedankt" op de envelop te schrijven. Zoals Simon voorspeld had neemt Mr O de waren in ontvangst met een kort "ja" en daar blijft het dan bij. Wij vinden het allang best. Zij vinden het ontvangen moeilijk en wij het geven om dezelfde reden. Staan we mooi quitte. We halen snel onze bagage uit de bus.

Het Noord Koreaans toeristenburo KITC verzorgde ons verblijf en excursies

Op het perron is het een drukte van belang. Helaas zitten we in een Chinese trein. Een Koreaanse was natuurlijk leuker geweest, maar die rijdt op een andere dag. Ons deel doet Pjongjang - Beijing, het andere stuk Pjongjang - Moskou! Wat zou het koel zijn om dat hele stuk met de trein weer terug te rijden! De gidsen brengen ons naar de juiste coupé en daar nemen we afscheid van elkaar. Als ze ooit de kans krijgen om naar Nederland te komen zouden we ze graag ons land laten zien, zeg ik. Je weet tenslotte maar nooit of die hereniging er ooit van komt. Ik hoop het van harte. Tien uur vijftien: de trein zet zich in beweging. We drukken ons tegen het raam om naar de gidsen op het perron te zwaaien en dan rijden we het station uit. Nu zijn we echt onderweg naar huis. Nouja, naar Beijing dan eerst. Het is wel een prettig gevoel dat het nog 23 uur duurt voor we daar komen. Eerst nog een paar uur rijden voor we de grens over gaan en echt het land verlaten.

We delen onze coupé met Fransman Romain en een Chinees die het grootste deel van de tijd op de gang uit het raam staat te kijken. Al snel komt er een dame langs die ons in gebarentaal voorstelt dat we om 12 uur komen lunchen in de restauratie. Dat lijkt ons wel wat, dus we knikken bevestigend. De prijs zal vijf euro bedragen. Op de afgesproken tijd lopen we de restauratie binnen en ziedaar: er zijn nog precies drie stoelen vrij.

Een tijdje lang gebeurt er niets. Wij zitten, anderen zitten en worden bediend. We wachten af. Dan stopt de trein en blijft een tijdje stilstaan. De ventilatie is uit, hetgeen duidt op een stroomstoring. We hangen een tijdje scheef achter ons tafeltje omdat de trein net op een schuin stuk rails staat, maar opeens springt de stroom weer aan, zet de trein zich in beweging en wordt ons eten geserveerd. Ik zoek het Koreaanse woord voor mineraalwater op in mijn in Pjongjang gekochte woordenboekje. Het is "jaksu", een stuk eenvoudiger dan anjonghasimnika (hallo) dus dat moet te doen zijn. Ik spreek het zo overtuigend mogelijk uit tegen de serveerster. Maar kennelijk was ik net niet overtuigend genoeg, want even later verschijnen er die flessen bier op tafel. Dan maar nee schudden en het woord aanwijzen. Dat werkt. Ook in de trein is de maaltijd weer te uitgebreid om op te krijgen. Als we betalen krijgen we het wisselgeld terug in Chinese yuans en flesjes water. Mooi, hebben we gelijk een voorraad.

Ons wisselgeld bestaat uit een aantal Mao's en twee flesjes water

De rest van de dag brengen we door met uit het raam staren in de coupé of uit het raam hangen in de gang. Het landschap is prachtig: zonovergoten lichtgroene rijstvelden met blauwe bergen op de archtegrond. Soms passeren we een dorp. We kijken naar de mensen die langs het spoor of op het land werken. Kinderen zwaaien naar ons en wij zwaaien terug. Niet iedereen die aan het werk is heeft een Kim Il Sung speldje op zijn shirt, maar ik denk dat het komt doordat ze gewoon hun jasje hebben uitgetrokken. Ontzettend jammer dat we geen foto's mogen maken. Althans: het wordt ten zeerste afgeraden, want Koreaanse medereizigers zijn verplicht de autoriteiten om in het wild fotograferende buitenlanders te rapporteren. Er circuleert zelfs een verhaal over een trein die werd stilgelegd bij de grens tot de douane alle foto's op de flash card van een eigenwijze toerist had kunnen bekijken. Er moest ergens een extra batterij gehaald worden om dit te bewerkstelligen en al die tijd moest de hele trein er op wachten. Wij zijn inmiddels zo afgericht dat we het niet eens proberen.

Om half vier 's middags is daar opeens de grens, bij het station van Sinuiju. Voor de derde keer deze vakantie passeren we een internationale grens per trein. En ook nu duurt het weer uren. De Koreaanse douane komt de trein in. We geven onze paspoorten af en vullen een uitreisformulier en een douaneformulier in. Tip: zorg dat je een kopie van je paspoort en visa bij je hebt, want je moet altijd eerst je paspoort inleveren en dan het nummer overal invullen.

Een wat oudere douanier, met een langwerpig, beetje zuur, gezicht komt onze coupe binnen. De bagage moet open. Het gaat allemaal een beetje moeizaam, want we spreken elkaars talen niet en gebaren zijn ook niet wereldwijd hetzelfde. Het gebaar dat in Korea "kom hier" betekent, ziet er voor ons uit als 'wegwezen", dus het duurt even voor we door hebben wie er nu de coupé uit moet en wie er moet blijven. In Sasja's fototas treft de man het externe harddiskje voor de backups. Wat is dit nu weer? Sasja gebaart dat het is om de flash card van de camera in te stoppen. Nou, dat moet ie dan maar doen: hup, aanzetten dat ding. Het apparaatje heeft echter alleen een lcd-display dat aangeeft of de kopie al compleet is en hoeveel er nog bij kan. Hij toont geen plaatjes. Hm.. fronst de douanier… pak maar weer in. De man vertrekt en even later komt zijn jongere collega een kijkje nemen. Hij wil Sasja's kleine cameraatje zien. Hij mompelt "Casio", zet het ding aan en begint alle foto's door te bladeren. Als hij een foto tegenkomt waarop ik zit te eten op het bootrestaurant draait hij het schermpje lachend mijn kant op. Ik knik enthousiast terug en maak eetgebaren. De jongen lijkt meer interesse te hebben voor de camera dan dat hij echt iets controleert, want vervolgens haalt hij de flash card er uit en bestudeert die aandachtig.

Noord Korea Treinroute Pjongjang - grens De grensovergang

We worden naar buiten gebaard. Wij zijn als eerste van onze wagon gecontroleerd en gaan lekker in de frisse lucht op het perron zitten, terwijl de rest van de passagiers op hun beurt wacht in de snikhete trein. We herkennen het station van Simon's beschrijving. In het mintgroene gebouwtje bevindt zich het toilet. Er zijn ook wat souvernis te koop, onder meer kaarten van Pjongjang. Ik heb er opeens spijt van dat ik geen kaart van Korea hebt gekocht, zo eentje waar het als een land op staat in plaats van twee. Maar helaas, die heeft men hier niet. En ze verstaan me ook niet als ik er naar probeer te vragen.

We gaan buiten op een betonnen randje zitten, lekker in de schaduw en nuttigen water en nootjes. De Engelsen blijven stug binnen zitten. Ik begrijp werkelijk niet wat ze bezielt, want het is ondertussen echt niet meer te harden in die trein. Een groep wachtende Koreanen verveelt zich zo verschrikkelijk dat ze om de twee minuten luidruchtig hun keel schrapen en een flinke rochel in een nabijgleegen zandhoop spugen. Romain is geschokt. Wat een stelletje viezeriken! Wij moeten er hartelijk om lachen en zeggen "wacht maar tot je aankomt in Beijing, de Chinezen zijn pas erg!" Dan worden we weer naar binnen gestuurd. We krijgen onze paspoorten terug en na nog een tijd lang wachten begint de trein eindelijk te rijden. Weg uit Noord Korea. Ik staar naar buiten. Het geeft me een raar gevoel van weemoed om dit bizarre land te verlaten. Dag Korea… Annyonghi Choson!

De rivier de Apnok vormt de grens tussen China en Noord Korea. Tijdens de Koreaanse oorlog is de Friendship Bridge over de Apnok verwoest. De Chinezen hebben toen een brug gebouwd vanaf de kant tot precies halverwege, zodat de Koreanen de andere konden doen. Dat was kennelijk de Koreaanse eer te na en zij bouwden botweg zelf een complete brug over de gehele breedte van de rivier, vlak naast de Chinese. De Chinese halve brug is nu een toeristenattrachtie. Dit is zo dicht als je bij Noord Korea kunt komen zonder visum. We rijden er vlak langs met de trein en zien Chinezen met paraplu's tegen de zon aan het eind van de brug staan en naar de overkant turen.

We stoppen op het station van Dandong, de Chinese grensplaats. De formaliteiten in China duren maar anderhalf uur, een uur korter dan aan de Koreaanse kant van de grens. Uiteraard moeten we de zoveelste gezondheidsverklaring van deze reis invullen. En zie: deze keer komt er inderdaad iemand in een witte jas die onze termperatuur opmeet! Hij houdt iedereen een infraroodthermometer bij de hals en dan owrden we allemaal gezond verklaard. Als onze Chinese coupégenoot begint te bellen realiseer ik me opeens dat ik mijn gsm niet terug gekregen heb. Duh! Die had ik in Pjongjang terug moeten krijgen, voordat we de trein in stapten. Totaal niet aan gedacht. Nouja, we zien wel.

Ons superexotische treinkaartje

Als alle formaliteiten zijn afgehandeld stapt de Chinees uit in Dandong en zijn wij weer over met zijn drietjes. We doen de deur dicht om Chinezen met enorme hoeveelheden bagage te ontmoedigen bij ons te komen zitten en als het donker wordt en er buiten niks meer te zien valt gaan we slapen. Het is nog maar half acht 's avonds. Alswe zo'n beetje half in slaap zijn klopt de conducteur aan en overhandigt onze treinkaartjes. Er staat een afbeelding van het Chollimabeeld op. Ha, wat een koel souvenir!