Reisdata

vooraf
06-08-2005
07-08-2005
08-08-2005
09-08-2005
10-08-2005
11-08-2005
12-08-2005
13-08-2005
14-08-2005
15-08-2005
16-08-2005
17-08-2005
18-08-2005
19-08-2005
20-08-2005
21-08-2005
22-08-2005
23-08-2005
24-08-2005
25-08-2005
26-08-2005
27-08-2005
28-08-2005
29-08-2005
30-08-2005
31-08-2005
01-09-2005
02-09-2005
03-09-2005
04-09-2005
05-09-2005
weer thuis


Van Nampo naar Pjongjang

We gaan kraanvogels kijken! Het is zaak om op tijd op te staan, anders zijn ze allemaal al weg. Het duurt ongeveer een half uurtje voor de berg leeg is, dus je moet je niet verslapen. Volgens Mr O zou het om een uur of 4 á half 5 wel licht moeten worden. Sas is echter niet van plan om op zo'n onaards tijdstip zijn bed uit te komen voor een stel kraanvogels, dus ik zet de wekker gewoon op 7 uur en neem me voor "alert" te slapen zodat ik meteen wakker word als Mr O op de deur klopt.

Dat was dus een slecht idee. Bang om me te verslapen word ik telkens wakker en kijk hoe laat het is. Eerst is het 1 uur 's nachts, dan 1 uur 30, dan 2 uur, dan 3 uur, dan 4 uur 30 en ten slotte 5 uur, maar nog steeds stikkedonker. Om vijf uur ben ik compleet geradbraakt en kunnen ook mij alle kraanvogels ter wereld gestolen worden. Ik val verongelijkt in slaap tot ik om 6 uur opeens wakker schrik omdat het eindelijk licht is. Ik ren naar het balkon en jawel: daar vliegen ze. Net als ik mijn camera grijp klopt Mr O op de deur. Meekomen, vlug naar buiten! Ik schiet snel wat kleren aan en daar gaan we: ik met foto en video-camera, Mr O in zijn onderhemdje.

We snelwandelen naar de plek met het beste uitzicht en vergapen ons aan de overvliegende vogels. Echt, het is een tof gezicht. We zijn weliswaar te laat voor de echt grote drommen vogels, maar het zijn er nog steeds heel erg veel die zich klapwiekend een weg banen door het grijze ochtendlicht. De berg, nu donkergroen met een snel afnemend aantal witte stippen, is 's nachts dus helemaal wit van de vogels, naar het schijnt. Ik film en fotografeer, terwijl Mr O me enthousiaste aanwijzingen geeft: "Kijk, daar gaat een grote".

En dan komt toch de gidsroutine weer boven. Vroeger, zo vertelt hij, waren hier helemaal geen kraanvogels. Maar sinds Kim Il Sung ooit een bezoek heeft gebracht aan deze plaats overnachten ze elke nacht in grote getalen op deze berg. "Aha…" weet ik net nog uit te brengen. Dit is wel wat veel informatie voor op de nuchtere maag om zes uur 's morgens.

Kraanvogels zijn vroege vogels!

Van 6 uur 30 tot zeven doe ik nog een tot mislukken gedoemde poging tot slapen en dan gaat de wekker en is het tijd voor ons bad. We maken het water iets minder heet, zodat we fris en schoon beneden komen. In de ontbijtzaal gaan we aanvankelijk op de verkeerde plek zitten: dit is het Koreaanse ontbijt door de gidsen. Zij krijgen kim chi bij het ontijt, wij toast, boter en gebakken ei. Ik ben een beetje jaloers, ik wil eigenlijk ook wel kim chi.

We rijden weer terug naar Pjongjang over de "Youth Hero Motorway" waar je gewoonweg pleinvrees van zou krijgen. Terwijl Sas en de gidsen al snel in slaap vallen, zit ik uit het raam te kijken en geniet van enorme lege asfaltvlakte om ons heen. Mr Yu en ik voeren een soort pantomime toneelstukje op. We gebaren naar elkaar dat we niet snappen waarom ze allemaal liggen te pitten en moeten daar zelf erg om lachen. Er blijkt flink te zijn karaoke te zijn gezongen gisteravond, vandaar de vermoeidheid.

Onderweg worden we, zoals elke dag een paar keer gebeurt, weer aangehouden langs de weg door een soldaat die een stopteken geeft. De chauffeur remt af, maar net niet snel genoeg naar de zin van de soldaat. Hij moet de afslag af, die half verscholen ligt achter een paar struiken. Mr Kim en Mr Yu zijn niet blij, maar de soldaat is onverbiddelijk. Achter de afslag bevindt zich een auto-controlepost achter een muur, onzichtbaar vanaf de weg. Hier wordt passerend verkeer aan inspectie onderworpen. Zodra ze ons zien worden we alsnog doorgewuifd. Het is duidelijk niet de bedoeling om toeristen hier langs te sturen.

In Pjongjang bezoeken we het Central History Museum aan het Kim Il Sungplein. Op het plein is het een drukte van belang want er wordt geoefend voor de parade van 10 oktober, als het 60 jaar geleden is dat de arbeiderspartij werd opgericht. Duizenden kinderen in zwarte broeken en witte shirts staan keurig in het gelid of zitten in de rij op hun beurt te wachten. Overal die je ze door de stad lopen met hun oefenstokjes, fakkels of bloemen waarmee tijdens de parade gezwaaid zal worden. Vandaag hebben ze allemaal gele honkbalpetjes op, eerder deze week allemaal witte. En soms zie je hele ploegen kinderen met petjes voorzien van Nike- en Adidaslogo's. Dat ziet er toch wel maf uit hier. De enigen die je verder met merken op hun kleding ziet lopen zijn toeristen. Mr Yu doet weer zijn best om ons pal voor de deur van het museum af te zetten. Daartoe moet hij vlak langs de op de grond zittende kinderen rijden. Ik vind het maar niks, ik had liever die tien meter gelopen in plaats van als vip tussen het volk doorgereden worden. Maar goed, zo gaan die dingen hier, men wenst ons voor de deur uit te laden. Dan raken we in elk geval niet kwijt, zullen we maar denken.

Er wordt druk geoefend voor het Central History Museum aan het Kim Il Sung plein

Het museum brengt weinig nieuwe inzichten, want de meeste verhalen hebben we al een keer gehoord de afgelopen week. Wat wel leuk is is een model van de zogenaamde Koreaanse "schildpadboten". Dit waren oorlogschepen, waarvan het dek overkapt was en van stekels voorzien, om enteren door en andere aanvallen van vijandelijke schepen af te slaan. Ze zijn uitgevonden aan het einde van de 16e eeuw, om de door de eeuwen heen aanhoudend opdringerige Japanse buren buiten de deur te houden. Dergelijke boten heeft men destijds ook op de general Sherman afgestuurd, naar het schijnt. Creatief wel, het ziet er een beetje Viking-achtig uit met die stekels en die drakenkop voorop. Een ander hoogtepunt is een demonstratie van een oud traditioneel muziekinstrument waarvan ik de naam vergeten ben. Het ziet er uit als een soort klokkenspel en de gids weet er mooie wijsjes uit te toveren.

In een van de laatste zalen die we aandoen ziet Sas twee Nederlandse documenten liggen. Het blijken twee oude nota's te zijn: een voor de huur van en zaaltje voor een vergadering en eentje van een begrafenisondernemer in Scheveningen. Naar het schijnt is er daar iemand overleden tijdens onderhandelingen of iets dergelijkes, maar ik ben even kwijt of dat nu voor of na de Koreaanse oorlog was. In elk geval luisteren de gidsen geïnteresseerd naar onze vertaling van deze papieren. En dan zijn we klaar en komt de lokale gids met de favoriete slotvraag van alle lokale gidsen: "Nu je dit alles gezien hebt, wat vind je er nu van?" Ha, dat is een makkelijke. Ik vertel enthousiast dat het allemaal reuze interessant is, want nu we hier een week zijn en vanalles gezien en gehoord hebben valt alles op zijn plek beginnen we echt een beetje overzicht te krijgen. "Erg interessant dus!" voeg ik er nogmaals aan toe. Ze neemt genoegen met dit verhaal.

Het is onze laatste dag in Noord Korea en we hebben een dringende vraag: waar kunnen we nu een mooie progapandaposter kopen? We hebben alleen maar tijgers en berggezichten gezien, die welismaar erg mooi zijn, maar niet wat wij willen. Mr Kim weet raad. Hij vindt het maar eigenaardig dat westerse toeristen Koreaanse politieke posters aan de muur van hun huis willen hangen in plaats van liefelijke waterval, maar als ze dat persé willen dan kan dat geregeld worden. Het komt vaker voor. Hij neemt ons mee naar de souvenirwinkel in de catacomben van het Yanggakdo hotel en daar komt vanachter een gordijntje een stapel posters te voorschijn die we één voor één uitrollen op de vloer. We kiezen een mooie met veel oranje en veel vuistenschuddende arbeiders. De boodschap is dat men de arbeiderspartij moet steunen en daarmee het land. Tevreden rekenen we af.

We lunchen in het Revolving Restaurant van het hotel. Ditmaal met uitzicht want het is voor het eerst helder en stralend zonnig weer. Sasja wil Koreaanse aardbeienlimonade drinken bij de lunch, wat de bediening duidelijk nogal hilarisch vindt. Echte mannen drinken toch zeker bier! Zeker mannen van twee meter.

Ik heb gevraagd of we nog een keer langs de Juche Tower kunnen om te kijken of de lift alweer in werking is en Mr O is bereid dit in het excursieschema te persen. Het is onze laatste kans vandaag! Bij de toren aangekomen blijkt de lift nog steeds in onderhoud te zijn. Mr O is "not amused". Er worden wat geïrriteerde woorden gewisseld in het Koreaans en dan komt er opeens een dame aan die de deur gaat open maken. We mogen omhoog. Bij wijze van uitzondering. Met de lift.

De Tower of the Juche Idea. Wij staan op het platform onder de vlam.
Decoratie Uitzicht vanaf de Juche Tower, met ons er voor

Er is een uitkijkplatform op ongeneer 150 meter hoogte, recht onder de toorts van de toren. Pjongjang baadt in het zonlicht en ligt er stralend bij vandaag. We kunnen bijna alles zien liggen wat we de afgelopen week bezocht of gezien hebben: het Kim Il Sung plein, de schaatsbaan, het Mayday stadion, het monument voor de arbeiderspartij, de pyramide van het het Ruyongong hotel, het Yanggakdo hotel op het eiland in de Teadong enzovoorts. We nemen de lift omlaag en storten ons op de overal aanwezige souvenirs. Het is tenslotte onze laatste dag hier, dus nu moeten we beslissen wat we op de valreep nog willen aanschaffen. Want zo vaak kom je nu ook weer niet in Noord Korea. Sas, die eigenlijk niet zo van hoogtes houdt, koopt een miniatuurtje van de toren als herinnering. Het lijkt plastic, maar is helemaal uit hout gesneden. De verkoopster demonstreert zelfs hoe het in onderdelen uit elkaar kan zodat het beter in de koffer past morgen.

We krijgen enkele historische overblijfselen te zien: de oude oostelijke stadspoort van Pjongjang, die inmiddels aardig in het centrum staat, langs de Taedong. Het is goed toeven langs de rivier. Er zitten mensen op bankjes in de schaduw van de bomen en een meisje in zwartwitte schooloutfit maakt haar huiswerk. Of misschien neemt ze wel de choreografie van de parade door: aan de overkant van de weg wordt op het Kim Il Sung plein nog steeds druk geoefend.

We steken de straat over en lopen een stukje. Mr O geeft het busje aanwijzingen elders op ons te wachten. We zijn helemaal perplex. We lopen op straat! Zomaar! Tussen de Koreanen! Het is nog maar een krappe week geleden dat we op het metrostration tussen de mensen liepen, maar inmiddels zijn we het totaal ontwend. Sterker nog: we hebben ons zo angstvallig netjes geprobeerd te gedragen dat ik me nu bijna illegaal voel. De onwennigheid is wederzijds. Een klein meisje ziet aankomen Sasja en gaat snel achter een boom staan. Help, een westerse reus! Als hij langsloopt draait ze mee zodat de boom als veilige barrière tussen hen in blijft.

We komen aan bij de straathoek waar de Foreign Language Bookshop is gevestigd. Hier zijn allerhande boeken over Noord Korea te krijgen in het Engels, Duits, Frans en Spaans. Maar eerst mogen we de verkeersagente op het kruispunt fotograferen. De verkeersagentes (in Keasong hebben we ook mannen gezien, maar in Pjongjang alleen maar vrouwen) zijn een attractie op zich en dit is de vaste fotoplek voor de toeristen. De agentes van Pjongjang zijn uitgedost in een wit uniformjasje en turkooisblauwe rok tot boven de knie. Eronder dragen nette zwarte schoenen en kittige witte sokjes. Met hagelwitte handschoenen houden ze hun baton vast waarmee ze het verkeer dirigeren met een serie elegante armgebaren en goed gechoreografeerde draaien om hun as. Vandaag is het zonnig, dus de agente draagt een hippe zonnebril onder haar grote politiepet. Haar zorgvuldig rood gestifte lippen maken het ensemble helemaal af.

Pjongjang heeft de mooiste verkeersagentes ter wereld!

Voor de deur van de boekwinkel spreken twee meisjes ons aan. In het Engels! "Hello, where are you from?" Ik ben even helemaal perplex, door het simpele feit dat er iemand zomaar tegen ons praat die niet onze gids is. Ze zijn wel Aziatisch, maar duidelijk niet van hier. Te hip kapsel. "We are from Japan", bevestigen ze desgevraagd in koor, "but we are Korean!". En daarna maken ze zich uit de voeten.

Sasja schaft een fotoboek over de DPRK aan, getiteld "Fifty Glorious Years" en nog wat videocd's met Koreaanse liederen. Daarna brengt het busje ons naar de "stamp shop". We verwachten een klein postzegelwinkeltje, maar komen in een behoorlijk grote ruimte, die helemaal vol staat met displays met Koreaanse postzegels. Het is gewoon teveel om te bekijken, dus loop ik er even langs en laat me dan in beduusd een grote fauteuil zakken terwijl Sas het gigantische aanbod bestudeert. Hij koopt onder andere een paar A4-formaat afbeeldingen van een postzegel met Kim Il Sung er op. Die worden heel voorzichtig, apart van de andere zegels, in papier gepakt tot het een kreukvrij plat pakje is. Een afbeelding van de president kun je natuurlijk niet zomaar oprollen. Het is ook trouwens oppassen geblazen met kranten waar foto's van de beide Kims in staan. Die worden hier dus niet, zoals bij ons, gebruikt om de vis in in te pakken. Dat moge duidelijk zijn.

Als volgende punt staat er een bezoek aan het Embroidery Institute op het programma. Niet iets waar we nu al de hele dag echt reikhalzend naar uit zien. Borduren, hoe spannend kan dat zijn? Ik had er op de lagere school al een hekel aan en dat is altijd zo gebleven. Het blijkt een vergissing: het Embroidery Institute is onverwacht interessant.

Het Embroidery Institute is opgericht door Kim Jong Suk, de moeder van Kim Jong Il. Dag in dag uit zitten hier vrouwen en meisjes gebogen over hun borduurwerken. Hier komen later de kinderen terecht die we hebben zien borduren in het Schoolchildrens Palace. Hun resultaten worden onder meer verkocht in de toeristenwinkels. En er wordt flink productie gedraaid. In de ene kamer zitten vrouwen met speciale trapnaaimachines kanten klaadjes te maken en bloemen op traditionele jurken te borduren. Verderop zitten jonge meisjes gebogen over bloempatronen. In een andere ruimte worden schilderijen van landschappen en kraanvogels nagemaakt als borduurwerken. Kleine werken worden door één persoon gemaakt, grote schilderijen wel door zes vrouwen tegelijk. De grootste stukken die we zien zijn rode banieren van 20 meter lang waarop met felgeel draad leuzen worden geborduurd in Koreaanse karakters. Met de hand. Sommige dames lachen even als we binnenkomen en foto's maken, anderen zijn verlegen en doen net of ze ons niet zien, maar niemand stopt ook maar een moment met werken.

Bloemen op traditionele jurk Er wordt hard gewerkt Met veel kleuren tegelijk

Op de gang hangen "schilderijen" die zijn gemaakt met een soort drie dimensionale borduurtechniek. De afbeelding krijgt door de hoogteverschillen dus echt diepte. Heel apart. Een specialiteit van het huis is het dubbelzijdig borduren. Er wordt geborduurd op heel fijn, doorzichtig gaas en aan de andere kant wordt exact hetzelfde geborduurd in spiegelbeeld. De eindjes van de draden verdwijnen onder het dichte borduursel en zijn niet meer te zien. Het resultaat wordt daarna in glas gevat zodat beide kanten goed te bewonderen zijn. Dit is hoogstaand borduurwerk: heel moeilijk en ontzettend arbeidsintensief.

Tot slot kunnen we een kijkje nemen in de galerij annex winkel van het Embroidery Institute. We bestuderen alle uitgestalde waar zorgvuldig, maar kopen niets. Er is een stortvloed aan landschappen en bloemen en natuurlijk veel afbeeldingen van het kratermeer van Mount Paektu, het geboortehuis van Kim Il Sung in Manyongdae, de populaire Koreaanse tijgers, kraanvogels en enkele vrij kitscherige hondjes en katjes. Mr O is ondertussen even gaan zitten, achter een buro. Met het houten buro voor hem en kunstig geborduurd berggezicht op het kamerscherm achter hem lijkt hij net een directeur van een multinational, dus ik laat hem poseren voor een foto. Dat vindt hij wel grappig, maar dan hij wil hij ook op de foto bij een borduurwerk met een grote tijger er op. Dat is toch meer zijn smaak.

Vrolijk verlaten we het gebouw en maken buiten nog wat foto's. Het onaffe Ryugyonghotel rijst hoog op achter het gebouw van het Embroidery Institute zodat we het eens goed kunnen bestuderen. Hoewel de bouw toch al zo'n tien jaar stil ligt steekt er nog steeds een hijskraan boven de top van de piramide uit, alsof de bouwvakkers alleen even lunchen zijn en het werk elk moment hervat kan worden.

Zaal vol borduurwerk Mr O en de tijger Het Embroidery Institute

Jippie, we gaan naar het circus! Het circus van Pjongjang speelt zich niet af in een tent, maar heeft zijn eigen gebouw. Als we aankomen blijkt dat Mr Kim nog geen kaartjes heeft gekocht. Ohja! Mr O parkeert ons in een wachtruimte en ik maak van de gelegenheid gebruik om even naar de wc te gaan. Da's wel apart: de wc deur kan niet op slot, maar dat ben ik ondertussen wel gewend. Deze sjieke glimmende houten deur is echter ook nog eens voorzien van een enorm raam dat vrijwel de hele deur in beslag neemt. Alleen je schoenen zijn nog aan het zich van buitenstaanders onttrokken. Gelukkig hoeft er niemand anders, dat scheelt. Als we naar boven lopen staat Mr Kim grijnzend klaar met de kaartjes en een blik van "waar blijven jullie nou?".

De voorstelling wordt aangekondigd door een dame in een rode traditionele jurk, die een heel verhaal houdt waarvan wij alleen "Kim Il Sung" kunnen verstaan. Je moet niet denken dat je zomaar naar het circus kunt, de president is altijd overal aanwezig. Het podium is voorzien van een rond zwembad, dat later in de voorstelling wordt dichtgemaakt, zodat de hele vloer kan worden gebruikt. Grappig, zoiets hebben we eerder gezien, in Las Vegas in het theater van Cirque de Soleil, waar de voorstelling "O" wordt opgevoerd. Zou iemand dat idee hier hebben opgedaan? We zien synchroonzwemmen, een act met gedresseerde duiven en prachtige acrobatische nummers, waaronder eentje door een erg jonge jongen, een leerling van de circusschool. Trapezeartiesten zweven hoog door de lucht en clowns doen allerhande acts tussendoor. Het is een kleurrijk schouwspel.

Het circus van Pjongjang

Ons afscheidsmaal is Korean Duck Barbecue. De tafel is voorzien van ingebouwde gril en iedereen krijgt een schotel met rauwe stukjes eend die daarop moeten. De gidsen bedienen de knoppen om het vuur harder en zachter te zetten. Er zijn verschillende sausjes om het vlees in te dopen. De gidsen vinden dat Sas en ik niet hard genoeg dooreten en beginnen stukjes eend in onze sausbakjes te gooien. Maar uiteindelijk zitten wij natuurlijk weer vol terwijl zij nog vrolijk even doorgaan. Sas bestelt voor deze keer ook de Pjongjang noedels in plaats van de rijst. Ze zijn erg smakelijk, maar het valt niet mee om na al die eend ook die grote bak noedels nog eens weg te werken. Zeker met de gladde metalen Koreaanse eetstokjes!

Onze gidsen Het gezelschap compleet
Korean Duck BBQ Zo hou je je stokjes vast Zo eet je Pjongjang noedels

In een melancholische stemming rijden we terug naar het hotel. Onze laatste nacht in Noord Korea. Morgen stappen we op de trein terug naar Beijing en vanavond moeten we dus de bagage inpakken. Bah. Ik heb een hekel aan inpakken en ik wil ook nooit weg als ik ergens ben. Zeker nu niet, want Korea is het laatste land dat we aandoen, dus we naderen de onvermijdelijke reis naar huis. En ik zou nog wel meer willen zien van dit fascinerende land.

In de lobby stuiten we op de Engelsen die we gister zagen in het Hot Spring House. Zij nemen morgen dezelfde trein als wij. Of we al klaar zijn voor de terugreis, wil een van de heren weten. "Nee" zeg ik hartgrondig, "ik wil nog helemaal niet weg". Hij kijkt me aan alsof ik zojuist iets heel erg vreemds heb gezegd.

We doen een laatste rondje boekwinkel en souvenirs en nemen de lift naar onze kamer op de 33e verdieping. Op de gang zien we de gidsen van de Engelsen aanbellen bij een kamer. Een dikke Brit steekt zijn hoofd naar buiten. De gidsen delen hem mede hoelaat het ontbijt morgen wordt geserveerd, maar dit valt niet in goede aarde. Simon had ons al verteld over Engelsen die overal ter wereld Engels eten willen. Nou, dit is er zo een. Hij begint te schreeuwen tegen de verbouwereerde gidsen: "I don't want your food! I want English food! Give me my train ticket so I can get out of this country! This is all crap!"

Wij staan aan de grond genageld. De man is rood aangelopen door zijn eigen geschreeuw en pauzeert even. De gidsen zeggen droog "We leave tomorrow 9.30" en vertrekken zonder er verder woorden aan vuil te maken. De Brit slaat zijn deur dicht. Als de gidsen om de hoek verdwenen zijn staan wij nog steeds in de gang, met open mond en plaatsvervangende schaamte. Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om zo te keer te gaan over het eten? In Korea nota bene, waar nog maar een paar jaar geleden vreselijke hongersnood geweest is, waar nog steeds grote hoeveelheiden buitenlandse voedselhulp naartoe gaan, en waar je tegelijkertijd als toerist wordt onhaald als een koning en elke dag maaltijden geserveerd krijgt die je niet op kunt.

We overwegen even om achter de gidsen aan te lopen en ze plaatsvervangende excuses aan te bieden, maar ze zijn al uit het zicht verdwenen, dus we doen onze kamerdeur maar open en gaan naar binnen. Als iemand alleen maar Engels voedsel wil, wat doet ie dan in Noord Korea, vraag je je toch af. Waarom blijft ie niet in Engeland? En geheel terzijde, het Engelse eten lijkt de man nou niet veel goed te doen, hij heeft een pens van Londen tot Liverpool.